ons avontuur

We wilden nog ‘iets geks’ doen in ons leven en dat werd een vakwerkhuis in Kröv, waar we sinds 2008 aan het werk zijn. Het pand bestaat uit 3 delen. Het oudste deel is uit '1600 en nog wat', dan een deel uit 1779 en tenslotte de "nieuwbouw" van ergens tussen 1779 en 1820. Onze werkvolgorde kan vreemd over komen; dit komt omdat we er ook in willen wonen en dus wordt er ook aandacht aan het “wooncomfort” besteed.

Archief

8 november 2021 ‘een houtauto‘

8 november 2021 – op Internet hadden we een partijtje hout gevonden voor een schappelijke prijs; eiken planken/plankjes in diverse lengtes, breedtes en diktes.

Het moest nog wel even opgehaald worden en tijdens het inladen bleek het wat meer dan verwacht. De auto zat echt helemaal vol, tot aan de nok.

Deze partij hout is kandidaat voor bijvoorbeeld een vloer in een slaapkamer, maar het moet dan wel een wat ouder uiterlijk krijgen. Ook moeten we kijken hoe we de planken aan elkaar maken; als eerste gaan we het proberen met een losse veer. Omdat het hout vrij dun is (9 mm), kan het zijn dat we het nog op multiplex moeten lijmen.

Kortom, weer werk genoeg….

30 oktober 2021 ‘intern transport‘

30 oktober 2021 – het weer is ietsje minder dan gisteren, want het wordt maar 11 tot 17 graden en er kan wat regen vallen. Ook binnen is het koel; de “vintage” badkamer bijvoorbeeld, die toch al niet uitblinkt door comfort, is met 10 graden een Spartaans washok nu de kachel daar niet aan kan vanwege de tijdelijk aanpassing van de elektriciteit.

We wachten nog even met in de tuin werken en gaan eerst wat anders doen.

De kast/werkbank die we gister in de garage gezet hadden, moest naar de werkplaats. In meters is de afstand maar 10-15 meter, maar er is wel een hoogteverschil van ca. 1,5 meter.

De grootste hindernis is het trapje van de garage naar de koeienstal. Tillen was geen optie en dus hebben we van planken en platen een oprit gemaakt. Omdat die redelijk steil was, moest een touw, wat dubbel om een eikenbalk in de deuropening van de werkplaats zat, voorkomen dat de kast er achteruit weer af zou rijden.

Om te voorkomen dat de hondjes er aan de zijkant af zouden rijden, hebben we voor de zekerheid opstaande planken aan de zijkanten gezet.

De rit naar boven ging vrij voorspoedig; eentje duwde de kast omhoog en nummer twee zorgde dat het touw zo strak mogelijk bleef staan. Een tijdje later stond de kast in de koeienstal en was de grootste hindernis overwonnen.

Na de koffie was de 2e hindernis aan de beurt; 1 tree van de koeienstal naar de werkplaats (Scheune). Dit ging een stuk makkelijker en even later stond de kast in de werkplaats. We laten hem nog even op hondjes staan, totdat we precies weten waar hij komt te staan.

De rest van de werkdag zijn we verder gegaan met snoeien en opruimen in de tuin, want het regende gelukkig bijna niet. We konden weer 3 speciekuipen en 4 emmers aan de groenstort doneren. De eigenaar maakt hier compost van, wat verkocht wordt.

Eén van de muren met de buren is in matige staat (staat op de ‘to do’ lijst). Een paar jaar geleden (in 2018) hebben we hier alle klimop afgehaald en de muur aan de bovenkant afgedekt met plastic zeil.

Het was er nog niet van gekomen om aan de muur te werken en de klimop had het zeil intussen weer aardig overwoekerd. Toen we op de ladder stonden om de klimopbomen bovenop de muur te snoeien, zagen we hoe wonderlijk de klimop in de afgelopen decennia gegroeid was.

Uit de muur stak een horizontale stuk van in elkaar gedraaide en aan elkaar vastgegroeide klimop(wortels), waaruit een soort van klimopboompjes staken. Door de begroeiing hadden we dit nooit eerder kunnen zien, maar na het snoeien van de klimop bleek het uitsteeksel ruim een meter lang te zijn en was het op het dikste punt ongeveer 20 cm dik.

Klimop blijft doorgroeien en om te voorkomen dat het bij harde wind uit de muur getrokken zou worden, met mogelijk desastreuze gevolgen voor de toch al niet zo degelijke muur, besloten we om het wortelgevaarte er helemaal af te halen.

Met een zaag hebben we de stronk doorgezaagd en toen het gevaarte op de grond lag, bleek er in de stronk een tuinpaaltje te zitten. Bovenop de muur staan meer van dit soort paaltjes en deze was decennia geleden omgevallen en overgroeid met inmiddels centimeters dikke klimoptakken. 

Vervolgens hebben we de kleinere takken er met een snoeitang afgeknipt. Zonder klimop ziet het er heel anders uit. We denken dat wanneer de klimop in het voorjaar echt gaat groeien, de nu kale snoeiplekken al vrij snel niet meer te zien zijn.

Het was inmiddels bijna donker, dus tijd om te stoppen.

29 oktober 2021 ‘uitladen en snoeien‘

29 oktober 2021 – het was mooi weer vandaag en de temperatuur kon oplopen richting de 18 graden. Omdat onze benedentuin beschut ligt tussen tuinmuren en het huis, kun je er al snel buiten zitten. Dat kon nu ook, waarschijnlijk voor de laatste keer dit jaar.

Bij aankomst moest eerst “even” de gereedschapsladekast annex werkbank uitgeladen worden. Het totale gewicht is 100+ kilo en gelukkig was het ca. 30 kilo zware werkblad eraf gehaald. Met een paar verhuishondjes en houten balken lukte het en eigenlijk ging het zelfs vrij simpel. Niet veel later stond die in de garage en morgen gaat die via een paar trapjes en andere obstakels naar de werkplaats.

Een jaarlijks terugkerend karweitje is de verhuizing van de tuinbeelden naar de winterstalling om vorstschade te voorkomen. Ze staan nu allemaal binnen, klaar om in het voorjaar weer in de tuin gezet te worden.

Omdat er voor morgen regen voorspeld is, wilden we het mooie weer van vandaag gebruiken om zoveel mogelijk kastanjes en bladeren op te ruimen en om struiken te snoeien. De hazelaar en het “bolletje” (één of andere bes) stonden bovenaan, maar als er tijd is, doen we meer.

Al vrij snel hadden we de nodige speciekuipen en emmers gevuld met groenafval en waren bijna klaar om het af te voeren naar de groenstortplek iets buiten het dorp, toen de buurman met tractor en aanhanger aan kwam. De buren waren met dezelfde gedachte als wij ook bezig in de tuin en omdat er nog plaats op de aanhanger was, namen ze al ons groenafval ook mee.

Het duurde niet heel lang voor de 6 emmers en 3 speciekuipen die net geleegd waren in de aanhanger, weer gevuld waren en dit keer hebben we ze zelf weggebracht. Bij terugkomst was het al aardig schemerig en tot het nagenoeg donker was hebben we gesnoeid en opgeruimd.

Vanwege de voorspelde regen hebben we de emmers en speciekuipen binnen gezet en morgen gaan we verder.

16 oktober 2021 ‘nieuw leemwerk‘

16 oktober 2021 – een weekendopleving van de temperatuur zit er helaas niet in, want het wordt 10 tot 16 graden.

Het was 9 graden in de puntkamer toen we daar aan het werk gingen; gelukkig “warm” genoeg om met leem aan de gang te gaan.

De primer op de 2 testvakken met houtvezelisolatie zou (na ca. 48 uur) droog moeten zijn en dus kan de Oberputz (= middelfijn leemstuc) erop. De eerste poging was geen succes, want het viel er meteen weer af. De oplossing leek te zitten in nattere leem, want nadat we er wat water bijgedaan hadden, hield het wel. We hebben de 2 vakken gedaan en het ziet er meteen weer een stuk beter uit. Nu de 20 andere vakken van de achtergevel nog….

Om de volgende keer verder te kunnen met leemstuc hebben we nog wat vakken en uiteindelijke alle vakken in de primer gezet. Het is een roodachtige primer, die opdroogt als een soort oudroze. Omdat dit op zich niet zo slecht staat, gaan we nadenken of de vakken wit worden, of een kleurtje krijgen.  

De nodige resten PUR-schuim hebben we tussen het vakwerk en de isolatie geperst, zodat er minder leem in hoeft.

Het beplanken begon met de 2 resterende lastige stukjes tussen de balken in. We hebben geprobeerd ze zo goed mogelijk aan te laten sluiten, maar omdat alles krom en scheef is, zijn spleetjes niet te voorkomen. Op 2 plaatsen was de spleet wel erg groot en daar hebben we een stukje van een leemwikkellat in gedaan.

Toen de 2 lastige stukken erop zaten hebben we nog 2 rijen makkelijke planken gedaan, want we wilden perse de planken erop zetten tot aan het tussenvloertje. Iets meer dan de helft zit er nu op.

Het laatste karweitje was het opruimen van de takken- en bladerzooi van de knotvlier. We hadden meer aan de tuin willen doen, maar dat is er nog niet van gekomen.

15 oktober 2021 ‘ontpurren‘

15 oktober 2021 – vandaag zou het met 11 tot 17 graden een graadje warmer worden. Nog steeds niet echt warm, maar dat is geen verrassing in deze tijd van het jaar.

We waren van plan om de tuin verder op te ruimen, maar dat kwam er niet van. De hele dag hebben we in de puntkamer gewerkt.

Bij de dunne spleten tussen isolatie en hout is het lastig inschatten hoeveel PUR-schuim erin kan en de PUR-bobbels die eruit gekomen waren, hebben we afgesneden. Het ziet er nu beter uit, maar we zagen ook dat er op sommige plaatsen geen PUR zat.

Omdat het vakwerkhout verre van recht en haaks is en ook de dikte behoorlijk uiteen loopt, moet de vulling daar op aangepast worden. Om het hout en de vulling (= isolatieplaat) beter op elkaar te laten aansluiten, hebben we waar nodig de kanten van de isolatieplaten afgerond.

Als voorbereiding op de leemstuc hebben we nog een aantal platen in de punt van het vakwerk in de primer gezet. Morgen gaan we de leemstuc proberen.

Het beplanken van het schuine dak lag al een tijdje stil en daarom hebben we er weer een paar rijen planken opgezet. We zijn nu bij het tussenvloertje, waar een paar korte stukken plank tussen de balken van het leemwikkelplafond op maat gemaakt moesten worden. Vanwege de uitsparingen en om dat er stukken in verstek gezaagd moesten worden, kostte het meer tijd dan verwacht.

We kwamen niet verder dan de eerste; morgen de rest.

14 oktober 2021 ‘knotvliersnoeidag‘

14 oktober 2021 – knotvliersnoeidag viel laat dit jaar, maar vandaag was het zover. In een rustige namiddagzon bij een temperatuur van zo’n 16 graden hebben we de knotvliet gesnoeid en meteen een deel van het groenafval weggebracht naar een groeninleverplek iets buiten het dorp. Morgen brengen we de rest weg en gaan we nog wat snoeien (als het droog is).

De werkdag begon met puntkamerwerk. Op de puntkamer hebben we de resten bouwlijm verwijderd, nadat we geconstateerd hadden dat de isolatieplaten gelukkig stevig vastzaten. Op 2 plaatsen ontbrak nog een stukje isolatie en dat hebben we nu gezaagd en erin gelijmd.

Beneden in de werkplaats, waar het net geen 10 graden was, hebben we weer een paar planken schoongemaakt. Het gaat niet echt snel en de volgende keer letten we beter op wat voor soort sloopplanken we kopen.

Op de houtvezelplaten van de achtergevel komt leemstuc, maar die kan er niet zondermeer op. Eerst moet er een laag primer op de houtvezelplaten en als proef hebben we vandaag een paar platen gedaan. Het moet 48 uur drogen voor de eerste laag leem erop kan.

We proberen het gebruik van PUR-schuim zoveel mogelijk te beperken en het liefst zouden we dat spul helemaal niet gebruiken, maar voor het dichten van de gaten en spleten tussen het vakwerkhout en de isolatieplaten van de achtergevel konden we geen andere oplossing bedenken dan PUR.

Behalve aan de puntkamer, hebben we ook nog op het inpandige terras gewerkt aan het herstel van het vakwerk. We hadden een nieuwe soort Lehmoberputz en die hebben we nu voor het eerst gebruikt. Het lijkt wat grover en het is even afwachten tot het droog is, voordat we weten of het bevalt.

13 oktober 2021 ‘een lijmpoging‘

13 oktober 2021 – de komende dagen is er een herfstige temperatuur van tussen de 10 en 5 graden voorspeld. Niet echt warm, maar het hoort bij de tijd van het jaar.

Het vastschroeven van de houtvezel isolatieplaten was geen succes en we gingen kijken naar een andere manier om ze vast(er) te zetten.

Als eerste hebben we het geprobeerd met tackernagels van 64 mm, maar ook dat was geen succes, omdat ze er behoorlijk schuin in moesten. De isolatie was te zacht en het eikenhout te hard.

De laatste optie die we in gedachte hadden, was boren van gaten door de isolatie heen, met een diameter die ongeveer gelijk was aan het spuitstuk van de bouwlijm. Door de gaten heen en aan de zijkanten tussen het hout en de isolatie hebben we bouwlijm gespoten, in de hoop dat het ook achter de platen zou komen.

Deze bouwlijm was op PUR-basis, maar zet minder uit dan PUR-schuim. Het zet wel wat uit en op diverse plaatsen kwamen “lijmworstjes” naar buiten. Het ziet er wel komisch uit en hopelijk kunnen we het makkelijk weghalen als het wat uitgehard is.

Omdat we nog de nodige vierkante meters moeten beplanken hebben we weer planken schoongemaakt en daarna geïmpregneerd.

De staander die de nok ondersteunt aan de kant van de tuin kreeg nog een laagje notenbeits, waardoor het Douglashout qua kleur meer op eikenhout lijkt.

In de toekomstige terraskamer zijn we verder gegaan met de Unterputz en het eerste vak is af. De grove vulling van leemsteenbrokken en leemsteengruis is nog niet droog, dus daar moeten we nog even mee wachten.

12 oktober 2021 ‘gaten vullen‘

12 oktober 2021 – op de heenweg hebben we een tussenstop gemaakt om leemstuc en leemprimer te kopen. De primer is iets nieuws voor ons en de leemstuc is een ander merk en we zijn benieuwd hoe het gaat.

We moesten nog een klein stukje van het schuine dak van de puntkamer isoleren en dat hebben we vandaag afgemaakt. Ook de dampremmende folie zit erop. Nu de planken nog en het is af.

De vakwerkvulling van de terraskamer is ook hard aan een opknapbeurt toe. We hebben de grootste gaten gedicht met een grove leemvulling van leemsteenresten en -gruis en als dat droog is (wat in deze tijd van het jaar wel even kan duren) kan de Unterputz erop.

9 oktober 2021 ‘tussenvloertje af‘

9 oktober 2021 – met 10 tot 18 graden is het ongeveer net zo warm als gisteren, maar er is wel meer wind voorspeld.

In de onderste tree van de steektrap zat een grote vuilverzamelende spleet en die hebben we gedicht door er stukjes en splinters hout in te lijmen. Hiervoor hebben we hetzelfde hout als de tree gebruikt en als de lijm kleurloos opgedroogd is, zie je er (hopelijk) niets meer van.

De resterende treden zijn in de Tungolie gezet en de plaatsen waar door het zagen “nieuw” hout te zien was, zijn verdonkerd met Wengébeits. De trap is zo goed als af, op de leuning en de definitieve bevestiging aan de bovenkant na. Voorlopig staat de trap ook nog even los, zodat de vloer er t.z.t. onder kan.

Bij het tussenvloertje op de puntkamer ontbraken nog wat stukken tussen de dakbalken en bij de Dachständer (= elektriciteitsaansluiting die hier via het dak binnenkomt). Die hebben we gezaagd en vastgezet en hiermee is het tussenvloertje is af! We kunnen weer wat afstrepen van de bijna eindeloze ‘to-do’ lijst.

De oppervlakte is ca. 2,85m bij 1,85m, met een stahoogte van 0 tot ca. 1,40m. Het oorspronkelijke doel van het vloertje was om goed bij de Dachständer en het kastje met de hoofdzekeringen te kunnen (iets wat wettelijk verplicht is) en de Dachständer en het zekeringenkastje te verbergen.

Naast de bereikbaarheidsfunctie kunnen we er wat spullen neerzetten en als we t.z.t. de elektra in de puntkamer gaan aanleggen, dan komt er ook een lamp en stopcontact op het tussenvloertje.

De eerste versie van het vloertje was meer dan dubbel zo groot en zat boven de hele puntkamer. Om het oude vakwerk van de achtergevel beter te kunnen zien, hebben we een deel van de balken weggehaald en het vloertje kleiner gemaakt.

Aan de rand van het leemwikkelplafond kon je nog door de latjes heen kijken. T.z.t. wordt dit dichtgemaakt als we de wand tussen vide en puntkamer gaan maken. Tot die tijd doet het afbreuk aan het geheel en daarom hebben we er jute, folie en een stook OSB opgelegd. Dit is t.z.t. meteen een stevige ondergrond voor de leemstenenwand.

’s Middag kregen we bezoek en het weer was nog net goed genoeg om in de tuin te zitten.

De rest van de werkdag werd gevuld met het isoleren van het dak van de puntkamer. Het gedeelte boven het tussenvloertje is nu af en de rest bijna. Om hier verder te kunnen moesten we de ladder verplaatsen, want die stond in de weg.

We moeten ook nog nadenken over de manier waarop we op het tussenvloertje kunnen komen als de puntkamer daadwerkelijk een slaapkamer is. Een lange aluminium ladder is dan geen optie.

8 oktober 2021 ‘doodlopende wandeling‘

8 oktober 2021 – de temperatuur voorspelling van 10 tot 19 gaf aan dat het nog steeds herfst is.

De steektrap is qua bouw aardig af, maar we willen het uiterlijk nog wat verfraaien. Daar waar aan het oude hout is gezaagd en gefreesd zie je “nieuw” modern hout en dat hebben we donkerder gemaakt met Tungolie en Wengébeits.

Op het tussenvloertje in de puntkamer zijn we verder gegaan met het OSB-platen. De grote platen zijn op maat gezaagd en vastgeschroefd en morgen komen de kleine stukjes.

’s Middags kwam de zon goed door en werd het prima wandelweer. Het idee was om bij Kinheim de brug over te gaan en in Kindel te gaan kijken (waar we nooit echt rondgelopen hebben) en vervolgens aan de overkant via Wolf weer terug te lopen naar Kröv.

Via een wat hoger gelegen weg liepen we naar Kinheim, om daarna via de gebruikelijke weg het dorp in te lopen. We zaten inmiddels al aardig hoog, waardoor we een goed uitzicht hadden op de pompoenverkoper. We vragen ons af, of ze dagelijks alle pompoenen neerleggen en ‘s avonds weghalen.

Uiteraard hebben we HET huis aan de ‘Am Ehrenmal’ weer bekeken. Zolang als wij hier komen is het onbewoond en gaat het steeds meer richting een ruïne, die uiteindelijk gesloopt zal worden. Heel jammer, want het is een mooi oud pand met een prachtig uitzicht. Een droom van een ‘Bouwval-gezocht-project’ voor een overfanatieke klusser.

Kindel is het Ortsteil van Kinheim-Kindel wat aan de overkant van de Mosel ligt. Hoewel dit deel al in 1069 als Kennelle (= klein Kinheim) in een acte wordt vermeld, wat eerder is dan Kinheim zelf (wat pas in 1161 in een acte wordt vermeld), is er van die ouderdom eigenlijk niets terug te vinden. Daar waar Kinheim oud smalle autoloze straatjes met dicht op elkaar staande vakwerkhuizen van honderden jaren oud heeft, zijn de straten in Kindel breed genoeg voor 2 auto’s en zijn de huizen modern en bijna allemaal vrijstaand.

We liepen over de brug naar Kindel, waar we een rondje door het dorp liepen. Dit is niet echt ons idee van een leuk dorp, want we zagen geen enkel -in onze ogen- mooi huis. Wel liepen we door straten waar we nog nooit geweest waren en zo kwam we ook bij het Wassertretbecken aan het eind van de Schiffergasse. Er stond water in, maar de temperatuur weerhield ons ervan om er doorheen te lopen; dit is meer iets voor de zomer.

Het meest bijzondere van Kindel is een beeld uit de Romeinse tijd wat er is gevonden bij de ruïne van een oude villa. Het is Sucellus, die o.a. als beschermer van de Winzer (wijnboeren) werd beschouwd. Dit beeld uit de 3e eeuw is een van de oudste aanwijzingen, dat er al meer dan 1.500 jaar wijnbouw is langs dit deel van de Mosel.

Het volgende traject ging naar Wolf. Voorheen een zelfstandig dorp, maar sinds 1969 een Ortsteil van Traben-Trarbach. Er zijn verschillende wegen: boven over de heuvel, onder langs de Mosel en misschien nog wel een derde weg halverwege de heuvel. Dat laatste gingen we proberen, door aan de heuvelkant langs de waterzuivering (althans, dat denken we dat dit is, maar we kunnen het nergens vinden) te lopen.

Aanvankelijk ging het goed, al hadden we het idee dat het pad nauwelijks gebruikt werd. Helaas werd het pad steeds onbegaanbaarder en moesten we door een bramenbos heen. Vlak daarna eindigde het pad en moesten we omkeren en terug.

Het pad langs de Mosel hebben we vaker gelopen en vanwege de autoloosheid en de vlakheid is het pad ook erg in trek bij fietsers. Aan de heuvelkant staan verwilderde druivenstruiken tussen de bomen, die duiden op verlaten wijnbergen.

Zowel dichtbij als veraf is er altijd wel wat te zien. Vlakbij het pad zat een Admiraalvlinder op een struik en in de verte, hoog boven het water, steekt de meer dan 1.000 jaar oude kloosterruïne boven de bomen uit.

Daar waar de oeverbegroeiing niet te hoog is, kun je de overkant zien. Het blijft een apart gezicht om Kröv van deze kant af te zien, zeker met de wijnbergen op de achtergrond.

We bleven dit keer niet de weg langs het water volgen richting Wolf, maar gingen eerder rechtsaf. We kwamen via een voor ons onbekende weg Wolf binnen en zagen ook huizen die we niet eerder gezien denken te hebben. 

Ook dit grote pand (jammer van de dakramen) hadden we nog niet eerder gezien. Het gat in het dak van een schuur vlakbij de oude brug over de Mosel hadden we wel eerder gezien, maar nog nooit gefotografeerd. 

Op de brug zagen we dat de weg naar Rißbach (deel van Traben-Trarbach) af is. Helaas zonder voetpad. Het laatste stuk naar Kröv hebben we al vaak gelopen. Het uitzicht is mooi, het verkeer niet.

Toch had de laatste etappe nog wat nieuws, want bij de Eichhausquelle (Ijkhuisbron) hing een informatiebord. De zandsteenboog achter de bron was het enige overblijfsel van het in 1873 gebouwde Eichhaus (Ijkhuis), wat tijdens de ruilverkaveling in 1970 gesloopt is. Hier woonde de Eichmeister (Ijkmeester) van Kröv, die zich met name bezighield met het ijken van eiken wijnvaten.

In 1567 introduceerde Keurvorst Jacob III van Eltz de ijkmaten in deze Moselregio. Voor wijn werd dit de Ohm (= 160 liter) en later kwamen hier de (Mosel)Fuder (= 6 Ohm oftewel 960 liter) en de Zulast (= 3 Ohm, 1/2 Fuder, 480 liter) bij. Omdat de Fuder lokaal varieerde tussen de 800 en 1.800 liter, wat niet erg handig is, heeft men een paar eeuwen later bepaald dat een Fuder 1.000 liter is. 

Wil je alleen de foto’s bekijken; de fotoserie staat hier.