ons avontuur

We wilden nog ‘iets geks’ doen in ons leven en dat werd een vakwerkhuis in Kröv, waar we sinds 2008 aan het werk zijn. Het pand bestaat uit 3 delen. Het oudste deel is uit '1600 en nog wat', dan een deel uit 1779 en tenslotte de "nieuwbouw" van ergens tussen 1779 en 1820. Onze werkvolgorde kan vreemd over komen; dit komt omdat we er ook in willen wonen en dus wordt er ook aandacht aan het “wooncomfort” besteed.

Archief

9 juli 2020 ‘je kunt nooit iets weggooien‘

9 juli 2020 – de temperatuur zou vandaag lokaal boven de 32 graden uit kunnen komen. Bij ons was dat niet het geval, maar we konden wel tot na negenen buiten zitten in een T-shirt.

In oktober 2012 moest er een stuk plafond gesloopt worden in de toenmalige ‘Showkamer’ (nu rommelkamer) en de ‘Doorzakkamer’ (die heet nog steeds doorzakkamer), om de balken te kunnen bekijken.

Dit plafond was een stucplafond, waarbij het stucwerk met kleine stuclatjes op de balken en het leem zat. Er kwamen tientallen meters stuclatjes van het plafond af en die hebben we grotendeels bewaard. Jarenlang hebben ze zo goed als onaangeroerd in een Trauben Butte (zo’n groene druivenplukbak die je met riemen op je rug draagt) in de Scheune gestaan.

Nu hadden (eindelijk) vele meters latjes nodig om het deel van het dak met de bitumen dakbedekking ventilerend te maken. De latjes komen tussen de balken om de isolatie op afstand van het dak te houden. Er moet een spleet overblijven waar lucht doorheen kan.

Voordat we konden beginnen, moesten de demonstratieplanken er af. Die zaten erop om de juiste planken voor de afwerking binnen te kiezen. Achter deze planken zat een wespennest(?) in aanbouw. Dit is niet het eerste nest, want we hebben er de afgelopen jaren al diverse gezien en weggehaald. Andere jaren was het bij zonnig weer altijd er benauwd in de puntkamer, maar nu zaten er ramen in, die letterlijk voor een frisse wind zorgde.

De slechte stukken van de stuclatjes hebben we afgezaagd en daarna de latjes in de hoek van de dakbalken en het dak gezet. Het waren er genoeg voor de puntkamer en de resterende gaan we gebruiken op de vide.

Eens te meer blijkt dat je dus niets kunt weggooien.

Ook bij het andere werk vandaag speelde hergebruik een belangrijke rol. De treden van de trap in de koeienstal, die we in september 2014 gratis van de timmerman hadden gekregen, kwamen uit een oud huis. De vorm van de trap was daar wat anders als bij onze trap, maar met wat aanpassingen waren de massief beuken treden uit 1 stuk prima bruikbaar.

Vandaag stond het vervolg van het 2e deel van de trap op het programma. De 2 delen van de lange trapboom (met een knik erin) werden aan elkaar vast gemaakt en daarna kon het gat in de lage trappaal worden gemaakt. Toen kwam er een spannend karweitje, de trap moest de bocht om en daar zitten de lastigste treden. Gelukkig klopte de werkelijkheid aardig met de virtuele trap op computer, oud en nieuw gaan soms prima samen. Morgen wordt het weer spannend, want dan gaat het 2e deel van de trap erin, vanaf de bocht naar boven.

Op de vide hebben we ook weer gekeken en overlegd hoe we het vakwerkje in de punt willen maken. Dit ruimte is altijd open geweest, maar wij willen die dicht maken. We gaan een tekening maken en de volgende keer een nepvakwerk van planken maken om te kijken of het iets is. Als het kan maken we er ook een klein deurtje in.

Bij het vervolg van het repareren van de lemen vakwerkvulling op de vide werd weer gebruik gemaakt van leem wat in 2014 uit hetzelfde vakwerk gekomen was, toen we de doorgang gemaakt hebben. Vlak naast de doorgang is de vulling het slechtst, het lijkt wel of de leemwikkels er in gezet zijn, zonder het daarna af te werken. Het grofste werk schiet aardig op en daarna kunnen we beginnen met de Unterputz. De eerste van de 3 lagen leemstuc.

Dat gaat vandaag niet meer gebeuren, want inmiddels was het kwart over zeven.

Je bent helaas te laat om een reactie te geven.