ons avontuur

We wilden nog ‘iets geks’ doen in ons leven en dat werd een vakwerkhuis in Kröv, waar we sinds 2008 aan het werk zijn. Het pand bestaat uit 3 delen. Het oudste deel is uit '1600 en nog wat', dan een deel uit 1779 en tenslotte de "nieuwbouw" van ergens tussen 1779 en 1820. Onze werkvolgorde kan vreemd over komen; dit komt omdat we er ook in willen wonen en dus wordt er ook aandacht aan het “wooncomfort” besteed.

Archief

Achtergevel

In de periode voor 2018 hebben we de bekleding van de punt van de achtergevel eraf gehaald. Dat waren oude leistenen op dunne planken. In de plaats hiervan zijn dikkere planken met als voorlopige bedekking een laag dakleer. T.z.t. komen hier weer nieuwe Schiefer op.
Het vakwerk van de eerste verdieping hebben we deel leeg gemaakt omdat dat een inpandig terras moet komen. De ene hoek is al vernieuwd/aangepast en de andere hoek moet nog gedaan worden (want daar ontbreekt een stuk vakwerk.  Op de begane grond is een boogingang gekomen en verder hebben we daar eigenlijk niets gedaan.
De afgelopen jaren wordt het vakwerk aan het zicht onttrokken door een zeil, om te voorkomen dat de gevel nat wordt.

Ze zeggen dat een foto meer zegt dan 1.000 woorden en als dat zo is, dan staat hier een heel “boek” in de vorm van een fotoserie vanaf 2012.

2018

16 mei 2018 – in de periode dat het slap was in de bouw hebben we tweedehands spul voor een buizensteiger gekocht. Dat heeft een tijd in de Scheune gelegen, maar nu gaan we het gebruiken om een steiger bij de achtergevel te maken. Die is nodig, omdat we boven het vakwerk van de achtergevel een overstek willen maken.

Los van het esthetische effect (we denken dat het mooi staat) doen we dit om het vakwerk eronder droger te houden. Dit steekt -evenals de stenen muur eronder- aan de onderkant wat naar buiten, waardoor het nat wordt. In de loop der eeuwen is mede hierdoor de onderbalk deels verrot. Voordat we dat gaan herstellen, willen we eerst de oorzaak zo goed mogelijk aanpakken.

De overstek wordt zo’n 40 cm breed en moet gelijk vallen met de overstek van het puntdak. Ook moet die vrij stevig zijn, want t.z.t. komen er de nodige kilo’s aan Schiefer (leisteen) op.

We hebben het eerste stuk van de steiger gemaakt; die moest over de varkensstal heen en staat op de muur van het gangetje.

16 mei 2018 – we zijn begonnen aan de overstek (afdakje) op de achtergevel. Als Die moet toch nog redelijk stevig worden, omdat er leistenen (Schiefer) op komen, met een gewicht van een paar honderd kilo. De planken komen daarom op steunbalkjes te liggen die we op de gevel zetten.

Met lange schroeven (ca. 20 cm) worden ze op het vakwerk geschroefd en er komt een ondersteuningsplankje onder.
We hebben er om te beginnen 3 op gezet en gaan eerst de steiger vergroten om een richtsnoer te kunnen spannen om het zoveel mogelijk in één lijn te krijgen.

8 juni 2018 we zijn verder gegaan met de steiger bij de achtergevel. Vorige keer hebben we een klein stukje afdak gemaakt en nu moet de rest nog. Het is alleen de vraag of we genoeg steigermateriaal hebben en daar komen we morgen achter als we verder gaan.

9 juni 2018 we hebben de steiger afgebouwd; we hadden precies genoeg om goed bij de te maken dakrand te kunnen, maar te weinig om ook nog het dak op te kunnen. Het was inmiddels al weer tegen zevenen, dus het werk aan de dakrand moet wachten tot een volgende keer.

14 juli 2018 – de rest van de werkdag hebben we gevuld met de achtergevel. We hadden het idee om een richtsnoer te spannen voor bovenkant van het “afdakje” (overstek), maar toen we die enigszins horizontaal waterpas gespannen hadden over de hele breedte van de gevel, klopt het niet met het vakwerk en het dak. We hadden natuurlijk kunnen weten dat niet alles recht is (want bijna niets is hier rechts) en we gaan nu uit van de onderkant van de planken van de achtergevel.

De laatste steun die we er de vorige keer opgezet hebben, zat niet helemaal goed vast en die hebben we losgemaakt en opnieuw vastgezet. Daarna hebben we nog een paar steunen gemaakt die er de volgende keer op komen.

20 juli 2018 – in Scheune hebben we opgeruimd en wat spullen verplaatst om beter te kunnen werken. In dit geval is dat het werken aan de overstek aan de achtergevel. We hebben er weer 1 steun op gezet en er 7 gemaakt om er morgen op te zetten.

21 juli 2018 – het was de bedoeling om de gister gemaakte steunen voor de overstek op de gevel te zetten, maar we besloten om eerst planken op het uiteinde te doen. Dit was een gepuzzel, want er zat het nodige verstek bij.

Er was zelfs een plank die op 3 plaatsen in verstek gezaagd moest worden, waarvan 2 met dubbel verstek. Met het nodige heen en weer lopen en meten lukte het en even later zou het stukje al de eerste regen tegen houden.

“Dankzij” de regen later in de middag konden we zien dat de overstek nut heeft, want alleen daar onder was het hout droog! Ook zagen we terecht het vakwerk aan de rechterkant aan het aanpassen zijn, want alleen het stuk wat we eraf willen zagen wordt nat.

24 juli 2018 – de achtergevel lag nog in de schaduw en we hebben er weer 2 steunen voor de overstek opgezet. We konden er ook nog wat planken opzetten en een stuk dakbedekking voordat zon erop begon te schijnen. De achterste anderhalve meter is af en dat geeft een goed idee hoe het gaat worden.

25 juli 2018 – aan de achtergevel zijn we verder gegaan met de overstek. De los gemaakte dakbedekking (of beter gevelbedekking) scheurde over een lengte van een paar meter af, maar gelukkig op de goede plaats. Het streven was om zoveel mogelijk te doen voordat de zon erop ging schijnen.

Dit lukte niet helemaal, want bij het laatste werk stonden we toch in de zon en waren de metalen steigerbuizen behoorlijk warm. Ondanks dit hebben we er weer 4 steunen en een paar meter beplankt. Nog 1 werkdag en het zou af kunnen zijn als er niets onverwachts gebeurt.

26 juli 2018 – het werk aan de overstek vlotte niet zo erg, want het duurde langer dan gepland om het eind stuk met de 5 verstekken te maken. Hierbij hadden we ook nog te maken met in- en uitvliegende wespen. Binnen konden we niets vinden, maar het lijkt erop dat er ergens een wespennest zit. De planning is nu om de overstek morgen af te krijgen.

27 juli 2018 – het werk was deels een kopie van gister; een laag Feinputz op het vakwerk tussen de koeienstal en de keuken doen en werken aan de overstek. Voor het einde van de werkdag waren we klaar met de overstek en zat er een stuk dakleer op. We hebben er zelfs een paar Schiefers opgezet, al zijn dat wel nep- oftewel Hollywood Schiefer. Die hebben we ooit gekocht om te kijken of dat bruikbaar is tussen zonnecellen. Het was nog steeds de bedoeling om eer een paar om het dak te zetten als test en dat hebben we nu dus gedaan.

28 juli 2018 – de dag begon met een gezapig regenbuitje; goed voor de tuin en een eerste testje van de overstek. Het hout wat er direct onder zit bleef droog, maar voor een echte test moet het harder regenen en moeten de steiger en het zeil voor het vakwerk eigenlijk ook weg.

2019

12 juli 2019 – boven de ramen van de achtergevel moet nog een schuine plank komen als een soort afdakje, om de ramen en het hout te beschermen tegen regen. Dit moet gebeuren voordat de dakdekkers komen. We dachten eerst een steiger te maken, maar daar gaat behoorlijk wat tijd in zitten en bovendien zouden we een andere steiger moeten afbreken om genoeg materiaal te hebben. We gaan het nu eerst proberen met een lange ladder. Dat wordt morgen, want het regende nu te hard.

13 juli 2019 – met een ladder ging het niet goed, dus hebben we een soort vloertje gemaakt van steigerbuizen, wat door de ramen van de achtergevel heen steekt, met daarop wat steigerplanken. Aan de binnenkant, in de puntkamer, hebben we de buizen goed vastgezet, zodat er niets kan gebeuren.

Tijd om aan de rand boven de ramen te werken was er niet meer, want er zat nog een uiteinde van een oude balk in de weg. Aan de binnenkant hadden we de balk al een paar jaar geleden afgezaagd, maar dit stukje was blijven zitten. Er was nog wel tijd om het stukje weg te halen en een nieuw plankje voor de gevel te zagen, maar de rest moet nog even wachten.

25 juli 2019 – bij het afdakje boven de ramen in de puntkamer hadden we de vorige keer een restant van een balk verwijderd. We kregen die er niet anders uit dan in stukken en omdat een korter deel weer terug moet, hebben we de stukken aan elkaar gelijmd.

26 juli 2019 – het lijmen van het stukje balk was goed gelukt, alles zat goed vast toen we de klemmen er afgehaald hadden. Omdat de zon ’s ochtends niet op de achtergevel staat, zijn we daar gaan werken aan het randje boven de ramen.  Dit begint zoals wel vaker met het opmeten en het maken van proefstukjes om te kijken hoe het eruit moet komen te zien. Toen we dit voor ogen hadden, konden we de planken gaan zagen, deels in verstek zodat het goed aansluit. Voor de dakdekkers is dit misschien niet nodig, maar kwaad kan het ook niet.

27 juli 2019 – vandaag zou het afdakje boven de ramen in de achtergevel erop moeten en we begonnen met de onderkant. Met een lijmklem hadden we op de juiste hoogte een steuntje gemaakt waarop we de onderkant konden zetten. We hebben lange schroeven gebruikt, die door de gevelbeplanking heen in de eikenhouten balken zitten.

Daarna was de bovenkant aan de beurt en het was wat lastig schuine plank op de juiste plaats te houden, maar nadat de eerste spijker erin zat kon die vrij gemakkelijk vastgeschroefd worden. Als laatste hebben we er aan de kopse kanten 2 driehoekjes in gezet, om te voorkomen dat er een insecten hotel boven ons slaapkamerraam ontstaat.

Nu het houtwerk af was, kon er een nieuwe strook dakleer op. Aanvankelijk wilden we de oude stukken hergebruiken, maar daar zaten teveel gaten en scheuren in. Net toen het erop zat begon het weer te regenen en kon het meteen z’n nut bewijzen.

De vorige keer hadden we met de nodige moeite een oud stukje balk wat naar buiten stak verwijderd. Nu bleek dat dit niet in de weg zou hebben gezeten en vroegen we ons af waarom we dat weggehaald hadden. Omdat het ons toch wel leuk leek als je buiten het uiteinde van een oude balk zou zien, hebben we het maar weer teruggezet. Hierbij hebben we de oude pen-gat verbinding die daar zat weer in ere hersteld, Nadat we de resten van de oude pen verwijderd hadden en er een nieuw ingeslagen hadden, zat het eigenlijk muurvast, maar voor de zekerheid hebben we er nog een schroef ingezet. Om het beter af te dichten hebben we er hier en daar nog een stukje hout tussen geslagen. We konden er niet overal goed bij omdat er een stuk zeil in de weg zit, dus dat doen we als het raam erin zit.

Als afsluitend karweitje hebben we al het hout wat in het zicht blijft schoongemaakt en geïmpregneerd en gaan we het de volgende keer in de Halböl (soort primer voor lijnolieverf) zetten.

2 augustus 2019 – 0p het hout van het afdakje boven de ramen in de achtergevel wat in het zicht blijft hebben, hebben we Halböl (halfolie) gedaan. Dit is een soort grondmiddel voor de lijnolieverf die er daarna opkomt, ook hier weer in de voor vakwerkhuizen kenmerkende kleur Oxenblutrot.

3 augustus 2019 – op het zichthoutwerk van het afdakje boven de ramen en het hout in de raamopening hebben we een laag lijnolieverf in de kleur Oxenblutrot gedaan. Wat er zichtbaar blijft nadat de ramen erin zitten weten we niet precies, maar we gaan ervanuit dat een laagje verf geen kwaad kan.

We konden niet overal goed bij en voor 1 van de kopse kanten hadden we een spiegel nodig. Als de steiger weg is, dan doen we de stukken waar we nu niet bij konden.

9 augustus 2019 – het eerste karweitje was het afbreken van de steiger in de puntkamer, zodat we daarna de kamer konden opruimen. Dit is nodig omdat ze over een paar weken de ramen komen plaatsen.

14 augustus 2019 – door de steiger waren er plekken in de raamopeningen van de achtergevel waar we niet bij konden komen met schoonmaken, Halböl en Oxenblutrot. Nu de steiger weg was, konden we er van binnenuit redelijk makkelijk bij. ’s Ochtends hebben we er een grondlaag Halböl op gedaan en ’s middag lijnolieverf in de kleur oxiderood.

6 september 2019 – in de achtergevel moesten de ramen in het oude niet-rechte vakwerk komen, wat bovendien op bepaalde plaatsen behoorlijk aangetast was door de tand des tijds.

Het lastigste kozijn werd er het eerste ingezet en dat gaf meteen de maten voor de plaats van de andere 3 kozijnen. Het plaatsen daarvan ging sneller en daarna konden de ramen erin.

Helemaal af is het nog niet, aan de binnenkant moeten er nog afwerklatjes komen en aan de buitenkant moet het stukje dakleer t.z.t. vervangen worden door een vensterbank. Dat zal volgend jaar worden als de dakdekkers leisteen (Schiefer) op het dak en de achtergevel gaan doen.

2020

12 oktober 2020 – eindelijk komen er Schiefer op de achtergevel en het dak. Vandaag zijn de steigers gezet en morgen begint het echt.

13 oktober 2020 – de dakdekkers hebben de goot vervangen door een bredere goot, die zou het water beter afvoeren bij een stortregen. De rest van de oude dakbedekking ging eraf, ook op de achtergevel. Overal zit nu folie, die waterdicht is. Als het goed is blijft het binnen droog.

Het echte verfwerk vond vandaag plaats aan de achtergevel, waar de randen van het puntdak en de overstek de eerste laag Oxenblutrot kregen. Dit gaat relatief makkelijk nu er een steiger staat en als de dakdekkers weg zijn is er voor het donker wordt precies genoeg tijd.

14 oktober 2020 – na het vertrek van de dakdekkers kregen de randen en onderkant van het dak bij de achtergevel de 2e laag Oxenblutrot. In principe is het hiermee klaar, want 2 lagen is genoeg. Voor de zekerheid doen we er waarschijnlijk nog een 3e laag op. Later kunnen we er niet goed meer bij. Tegen een Schiefel gevel kun je geen ladder zetten en je zet ook niet zomaar even een steiger neer.

15 oktober 2020 – omdat de dakdekkers er niet waren konden we toen het droog was op ons gemak de randen van de achtergevel een 3e -en waarschijnlijk laatste- laag Oxenblutrot geven.

In de achtergevel zitten de balken verder van elkaar dan op het dak, met als gevolg dat de sommige planken veren als je er een spijker in slaat. Dat is lastig bij het schieferen en daarom hadden de dakdekkers gevraagd of we aan de binnenkant wat planken op de achtergevel in de puntkamer konden schroeven om het trillen de verminderen.

Vandaag was een mooie gelegenheid om dit te doen, want zonder dakdekkers was het binnen ouderwets rustig.

16 oktober 2020 – toen de dakdekkers weg waren hebben we op de achtergevel toch nog een 4e laag Oxenblutrot op de randen en de onderkant van het dak gedaan. Dit was echt de laatste laag.

22 oktober 2020 – op 3 juli 2009 stond er ook een steiger bij de achtergevel die wat met Schiefers te maken had. Toen moesten de Schiefers eraf vanwege de grote verbouwing (in eerste instantie meer ‘sloop’) die er aan zat te komen. Daarna volgde een periode van ruim 4.100 dagen met een Schiefer-loze achtergevel. Vandaag was dus een bijzonder dag, want de dakdekkers begonnen aan de achtergevel!

In principe willen we het pand qua uiterlijk zoveel mogelijk terug brengen in de oude staat, maar we hebben de achtergevel toch op een aantal punten aangepast. De dakoverstek is iets groter, waardoor de gevel beter beschermd wordt en het staat ook mooier. Ook worden onder de overstek de Schiefers in een iets ander patroon gelegd.

De 2 raamloze gaten (vrij tochtig voor een slaapkamer) zijn vervangen door 4 ramen. Boven het vakwerk zit nu ook een overstek, die moet voorkomen (en dat ook doet) dat het hout nat wordt. De onderkant van het vakwerk steekt iets naar buiten en heeft jarenlang regen e.d. opgevangen. Dit heeft het hout hier en daar behoorlijk aangetast en dat wordt nu voorkomen.

26 oktober 2020 – de schuine kant van het dak is bijna klaar en dus zijn de dakdekkers ook volop bezig met de achtergevel. Eerst de overstek en daarna de driehoek die naar boven toe steeds kleiner wordt. Ook hier wordt van onder naar boven gewerkt en vallen de Schiefers over elkaar heen om het water aan de buitenkant af te voeren.

Voor verticale gevels zijn er ook verschillende patronen en wij hebben gekozen voor eenvoudige horizontale lijnen.

28 oktober 2020 – het achterste deel van het pand heeft eigenlijk een vrij eenvoudige bouw, zonder tierelantijnen. Al eerder verbaasde men zich erover dat we in de koeienstal geen sierlijke vensterbank wilde hebben en ook de achtergevel moest passen bij de rest. Geen overmatige versieringen dus en geen afwijkende Schiefer patronen.

Helemaal “kaal” wordt het echter ook niet, want in de punt komt een soort zon en daar zijn ze vandaag aan begonnen. De onderste helft van de zon is af en de andere helft komt morgen.

29 oktober 2020 – vandaag was het figuurlijk een zonnige dag, want de bovenste helft van de Schieferzon in de achtergevel werd afgemaakt. Daarna ook het stuk eromheen en de randen langs het dak. Hiermee was de  hele achtergevel af. Het is mooi geworden, precies zoals we voor ogen hadden.

31 oktober 2020 – het was droog vandaag, zodat we ook buiten wat konden doen. Het kastanjerapen is een soort seizoenswerk, want het komt elk jaar terug zolang de grote kastanjeboom van de buren er staat. Die staat er mogelijk al een eeuw en zal er voorlopig nog wel blijven staan.

2021

12 juni 2021 – vanaf de tuin heb je een goed uitzicht op de achtergevel en 2 dingen vallen meteen in het oog; de mooie geschieferde punt met 4 ramen en een enorm lelijk blauw zeil. De laatste is dermate ontsierend, dat we dit gaan vervangen door transparant plastic. De maten hiervoor hebben we vandaag opgemeten.

26 juni 2021 – toen was het vervangen van het zeil van de achtergevel aan de beurt. Aan de rechterkant wordt het lelijke blauwe zeil wat voor het vakwerk zit, vervangen door wit zeil achter het vakwerk. Vooruitlopend op de definitieve aanblik van een Oxenblutrot vakwerk met witte kalkvulling geeft dit al vast een klein beetje een idee hoe het er t.z.t. uit komt te zien.

Omdat bij de rechter hoek zo’n 1,5 m vakwerk inclusief de hoekstaander ontbreekt hebben we eerst met een plaat OSB en wat planken een constructie gemaakt om het zeil op vast te maken. Daarna hebben we het zeil met latjes achter op het vakwerk gezet.

De tijd was te kort om het af te maken, dus de volgende keer gaan we verder en maken we er ook een gat voor het raam in.

3 juli 2021 – de punt van de achtergevel, waar vorig jaar de leien op gekomen zijn, wordt aan de binnenkant tussen de vakwerkbalken geïsoleerd met houtvezel isolatieplaten van ca. 8,5 cm dik. Als afdeklaag komt er leemstuc op met witte leemverf. Al met al niet de beste isolatie in de huidige tijd, maar er is geen ruimte voor meer isolatie.

We zijn er nog niet helemaal uit hoe we de platen vast gaan zetten. Vandaag de eerste test met montagekit, waarbij we de isolatie in het eerst vak met klemmen aangedrukt hebben (= lastig en kost veel tijd) en in het tweede vak zonder klemmen aangedrukt hebben (hopelijk werkt dat). Morgen kunnen we het resultaat bekijken.

De rest van de dag hebben we aan het zeil van de terraskamer gewerkt. Dit witte zeil, wat aan de binnenkant van het vakwerk komt, vervangt het huidige lelijke blauwe zeil aan de buitenkant. Tegelijkertijd moet het zeil ook “katdicht” vastgemaakt worden, waardoor het wat meer tijd kost. Het witte zeil is nu af, inclusief de raamopening met doorzichtig plastic. Volgende keer kan het blauwe zeil eraf en kunnen we het zeil voor het terrasvakwerk doen.

4 juli 2021 – gister hadden we als test 2 isolatieplaten op de achtergevel gelijmd en het was de vraag of ze goed vast zaten. Dat was gelukkig het geval, dus hoeven we ze niet met klemmen vast te zetten. Tegen de montagekit drukken is voldoende. We kunnen de rest zagen en moeten een manier vinden om de spleten tussen isolatie en vakwerk dichten te maken.

9 juli 2021 – bij het witte zeil waren we een klein stukje vergeten en dat hebben we nu dichtgemaakt. 

10 juli 2021 – op het vakwerk van het toekomstige inpandige terras komt tijdelijk doorzichtig plastic. Dit omdat er binnen nog wanden geheel of gedeeltelijk ontbreken en we niet willen, dat regen wind, vliegend ongedierte en katten vrij naar binnen kunnen. We kregen het net niet af, dus volgende keer verder.

Het andere deel van het vakwerk, met het witte zeil, was wel grotendeels af en ook de helft van het blauwe zeil kon eraf. Het ziet er vanaf de tuin meteen heel anders uit en het stimuleert om verder te gaan met de rest van de gevel.

23 juli 2021 – het laatste stuk van het doorzichtige plastic op het vakwerk van het toekomstige inpandige terras zit erop. In 1 vak zit een soort raamwerkje waardoor het er makkelijk uit kan zodat lange voorwerpen via het gat van en naar de tuin kunnen.

Daarna kon het laatste deel van het blauwe zeil van de achtergevel af. Niet alleen hebben we nu een goed beeld van de toekomstige aanblik, maar ook is het binnen een stuk lichter.

2022

Niet gewerkt aan de achtergevel.

2023

15 juni 2023 – omdat de wrakkige deur ook de achtergevel ontsierde, was het eigenlijk wel eens tijd om de deur te slopen en dat is vandaag gebeurd. Misschien is het hout nog bruikbaar als brandhout, vandaar de term branddeur. Het blauwe zeil wat jarenlang voor de boogopening hing hebben we kortgeleden ook weggehaald en ook dit gaf de achtergevel een beter aanzien.

30 juni 2023 – we gaan ons nu storten op badkamer2 en het terras, maar voor we hier echt kunnen werken, moet ook het vakwerk van de achtergevel opgeknapt worden. Hier en daar zitten slechte stukken hout tussen en in de rechter hoek (van buitenaf gezien) ontbreken zelfs een staander, een schoor en wat andere stukjes vakwerk.

Om hier aan de buitenkant fatsoenlijk bij te kunnen, hebben we een steiger gemaakt voor het terrasgedeelte. Voor het deel voor badkamer2 staat o.a. het oude varkenshok en waarschijnlijk maken we hier weer dezelfde steiger als voorheen.

1 juli 2023 – de achtergevelsteiger heeft nu een leuning gekregen en is klaar voor gebruik. Tijdens het werk zal blijken of je van binnenuit of buitenaf het beste bij het vakwerk kunt. Als eerste staat het schoonmaken van het vakwerk op het programma, zodat ook te zien welke stukken hout slecht zijn en vervangen moeten worden.

De huidige vakverdeling van het vakwerk van de achtergevel komt niet overeen met de maten van de ramen die we voor badkamer2 in gedachte hebben. De breedte laten we zoals die is, maar de hoogte wordt anders.

Om te bekijken welke hoogte past, hebben we de stenen vakwerkvulling uit de vakken gehaald en de 2 bovenregels doorgezaagd. Ook hebben we geconstateerd dat er het nodige hout van het vakwerk vervangen moet worden.

2 juli 2023 – van de – van buitenaf gezien – rechterkant van het vakwerk van de achtergevel, hebben we de maten opgenomen van de ontbrekende balken en van een staander die deels vervangen moet worden. In de houtvoorraad hebben we mogelijk wat bruikbaars gevonden en volgende week gaan we kijken of dit hout te verzagen is tot bruikbare stukken.

7 juli 2023 – een van de actuele karweitjes is de achtergevel en dan met name het vakwerkdeel waar we een badkamer gepland hebben. Hier moet het nodige aan gebeuren, want er ontbreken balken en er zitten zeer slechte balken in. Zo is er een staander, die eigenlijk een ‘hanger’ is; de onderkant, bij de verbinding met de onderbalk (Schwelle) is dusdanig weggerot, dat er nul komma nul draagkracht over is.

Door het anti-katten, -inregen en -ongedierte zeil, kun je er niet makkelijk bij, dus gaan we het zeil verhangen. Hierbij zou er een ongewenste open ruimte tussen de plafondbalken van de Scheune ontstaan en die hebben we om te beginnen dichtgemaakt met reststukken OSB.

25 juli 2023 – dit zou een vakwerkwerkweek gaan worden en droog weer is dan welkom. Dat ziet er vooralsnog niet echt naar uit en dus beginnen we met voorbereidend werk wat we binnen kunnen doen. Dit is o.a. een testbalkje (Riegel) maken van een oud stuk balk uit de varkensstal. Toen het laat in de middag droog was, hebben we de stukken van de afgezaagde tappen uit het vakwerk gehaald en een Riegel, die aan 1 kant helemaal doorgerot en/of doorgeknaagd was.

26 juli 2023 – het proefbalkje, oftewel vakwerkregel (Riegel), in de stijl van de oude die nog in het vakwerk zitten, waar we gister aan begonnen waren, is af en lijkt bruikbaar “in het echt”. Als 2e test hebben we in een reststuk een tapgat gemaakt van ca. 3 cm diep en ook dit was – op een enkel schoonheidsfoutje na – acceptabel.

Het volgende karweitje was het verwijderen van de hangende staander. De draagkracht hiervan is nul en de onderkant is weggerot. De pen van de pen-gatverbinding aan de bovenkant eruit slaan ging niet; dat moet van binnen naar buiten en binnen zit er een nieuwe balk voor. We hebben de pen daarom uitgeboord met een redelijk grote boor, waardoor die zo slap werd dat die gemakkelijk af te breken was.

De vraag is nu of een deel van de staander nog te gebruiken is.

Nu de staander weg was, was de onderbalk – waarvan het uiteinde verrot is en de laatste 1,5 meter ontbreekt – beter bereikbaar. Om een idee van de staat van het hout te krijgen, hebben we de laatste 25 cm eraf gezaagd en toen bleek dat meer dan 75% van de balk nog goed was.

Aan de onderkant van de binnenkant was het hout slecht en dat deel hebben we eruit gehaald om een Stehendes Blatt (verticale halfhoutverbinding) verbinding te maken. Dit is een relatief simpele verbinding die zowel horizontaal als verticaal gebruikt wordt in onderbalken (Schwellen). In het vakwerk in ons rechtergevel zit bijvoorbeeld ook zo’n verbinding.

We konden eventjes buiten aan het vakwerk werken, maar al vrij snel begon het te regenen en zijn we binnen het beoogde stuk nieuwe onderbalk gaan schaven. Dit was een ruw gezaagde balk, die we gladder willen hebben. Na het schaven hebben we de balk op de juiste lengte afgezaagd.

27 juli 2023 – het is even het wachten op wat mooier weer, zodat we hier en daar wat stenen en cementresten kunnen weghalen op de plaats waar de balk komt te liggen. Omdat de balk – net zoals bijna alles hier – niet helemaal recht is, kijken we eerst hoe de balk het best ligt, voor we de verbinding gaan maken waarmee die aansluit op het oude vakwerk.

De resterende tijd zijn we bezig geweest met de ‘hangende staander’. De verwachting was dat een deel nog bruikbaar was en de vraag was hoeveel. Na 2 keer doorzagen was het hout bruikbaar en dat was 1,38 meter van de totale 2,48 meter.

Er moet dus 1,10 meter vernieuwd worden. We gaan het bruikbare stuk omdraaien, zodat de mooiste kant buiten zit en de minder mooie kant – die niet zichtbaar is – binnen.

2 augustus 2023 – in de achtergevel ontbreekt – van buitenaf gezien – de rechter hoekstaander. In de houtvoorraad lag toevallig een vrij goede (rechter) hoekstaander, maar die is helaas ongeveer 25 cm te kort.

3 augustus 2023 – de beoogde staander voor de achtergevel bleek wat minder gebruiksklaar dan in eerste instantie gedacht. Het zou een erg oude staander kunnen zijn, uit het pre-zaagtijdperk, toen ze nog gekapt werden. Na een ochtendje schuren, schaven en hakken lijkt er een bruikbaar stuk uit te halen zijn, wat er hier en daar behoorlijk rustiek uitziet.

De hoekstaander moet een deel van het puntvakwerk dragen en wordt nagenoeg alleen op druk belast. Een halfhoutverbinding moet ook hier kunnen en dus moeten we een stuk balk hebben van ca. 22 cm breed, 16 cm dik en 50 cm lang. Jammer genoeg hebben we geen balk die hier op lijkt en dus gaan we stuk van een oud stuk balk (die we ooit gekregen hebben) gebruiken. De kopmaat is ca. 28 bij 17 en dus groot genoeg.

Het afzagen van een stuk van 50 cm hebben we grotendeels met de hand gedaan, nadat er met de cirkelzaag een zaagsnede op maximale diepte was gemaakt. Het stuk, wat toch nog ca. 17 kilo woog, is aan geen enkele kant haaks of vlak. We hebben geen machine om deze grote bonk te bewerken en zijn met handgereedschap aan de slag gegaan. Dat duurt wel langer, maar het zou moeten gaan.

4 augustus 2023 – nadat er 2 plakken van het verlengstukje afgezaagd waren, begon het op een stukje balk te lijken en was het ook minder zwaar. Aan 3 kanten was het redelijk vlak en de 4e kant hebben we vlakker gemaakt op de freestafel. Een behoorlijk karwei, want het woog toch nog zo’n 18 kilo.

9 augustus 2023 – voor de ramen in de badkamer zitten niet alle regels van het vakwerk op de juiste plaats. De onderste zitten goed, maar de bovenste moeten een stuk naar boven. Dit betekent o.a. dat de oude tapgaten dichtgemaakt moeten worden en hiervoor hebben we een stuk uit een afvalstuk eikenhout gehaald. Als het anti-houtwormspul droog is, dan gaat het in het vakwerk.

Toen ’s middags de zon begon te schijnen, zijn we buiten aan het vakwerk gaan werken. Op de plaats waar de onderbalk moet komen lag het nodige beton, wat bij het maken van het ringanker onder de bekisting door gelopen was. Waar nodig hebben we het weggehaald, zodat het nieuwe stuk onderbalk zo goed mogelijk (waterpas) aansluit op het bestaande vakwerk.

Op de plaats waar het nieuwe stuk onderbalk moet komen, stond nog een schroefstempel, die de puntgevel ondersteunde, in de weg. We hebben er eerst een extra schroefstempel bijgezet en toen de schroefstempel die in de weg stond verplaatst. Er staan nu 3 schroefstempels, waar 2 of 1 voldoende is. Als het nodig is kunnen we er dus 1 weghalen, zonder dat er iets gebeurd.

11 augustus 2023 – het vulstukje, voor het ongebruikte tapgat , hebben we erin geslagen en het paste redelijk goed. Echt onopvallend is het nog niet, maar dat zal hopelijk een stuk verbeteren als het hout van het vakwerk Oxenblutrot geverfd is.

Het nieuwe stuk onderbalk lag al weer een tijdje te wachten op het vervolg en vandaag was het zover. Daar waar de balk komt te liggen, is de ondergrond verre van vlak en ligt een stuk hoger als de oude balk. Dit komt doordat er altijd al een stuk onderbalk ontbrak en er bij het storten van het betonnen ringanker het nodige beton geknoeid is en keihard geworden is.

We hadden al eerder het nodige weggehakt en vandaag de rest hebben we de rest weggehakt, vandaar de titel ‘gehaktdag’. Het proefliggen was geslaagd; het nieuwe stuk lag waterpas, op dezelfde hoogte als de oude balk en het volgt ook de lijn van de oude onderbalk.

25 september 2023 – om een betere verbinding tussen oud en nieuw te krijgen, hebben we besloten de halfhoutse verbinding van het nieuwe stuk onderbalk van de achtergevel iets aan te passen. Vanwege de plek en de dikte van het hout werd dit ouderwets zagen met een handzaag. Morgen kijken we of het goed genoeg past.

26 september 2023 – het proefliggen van het nieuwe stuk onderbalk  is redelijk geslaagd; we hebben het nog iets bijgewerkt. Het sluit niet perfect aan, maar het is goed genoeg voor een oude scheve achtergevel en bovendien wordt het vak nog gevuld. T.z.t. lijmen we de delen aan elkaar met bruislijm, waardoor de spleet kleiner wordt.

Dit stuk balk hebben we bijna helemaal met de hand gemaakt, wat behoorlijk wat tijd kost. We gaan nu 2 kleinere balkjes voor de ramen maken en kijken of bepaalde bewerkingen ook met elektrische zagen / schaven kunnen. Het afkorten en op de juiste dikte schaven ging voorspoedig; morgen de rest.

27 september 2023 – aan het vakwerk van de achtergevel hebben we niets gedaan, behalve de 2e regel op de juiste hoogte geschaafd.

5 oktober 2023 – het buitenvakwerk bij badkamer2 staat ook nog steeds op het programma en vandaag zijn we bezig geweest met de 4 regels boven en onder de 2 ramen. Het liefst zetten we die erin voordat we de ramen bestellen. 2 regels zijn af en de rest komt hopelijk volgende keer.

18 oktober 2023 – het was er een tijdje niet van gekomen, maar vandaag hebben we weer wat aan het vakwerk van de achtergevel gedaan. Uit een eiken balk hebben we een staander van 249 cm lang, 14 cm breed en 11,5 cm dik gezaagd. Dat de balk wat getordeerd was maakte het niet makkelijker en aangezien er voor balken van deze afmeting nog geen goede opstelling van de vandiktebank is, viel die ook af. Op zich ook niet zo erg, want de maatvariatie van het vakwerk is behoorlijk groot en dit valt er binnen.

Tapgaten zijn makkelijk te maken met een kettingfrees, maar die hebben we niet en die komt er gezien de prijs ook niet. Als alternatief hebben we een Forstner bit of boorfrees, met een diameter gelijk aan de breedte van het tapgat. Je kunt het uiteraard ook helemaal met hamer en beitel doen; dat hebben we een keer gedaan, maar dat duurt te lang.

Aan de voorkant / buitenkant moet het vakwerk gelijk zijn en om de gaten makkelijker op de juiste maat vanaf de voorkant  te kunnen boren, hebben we een simpele mal gemaakt. Het eerste tapgat ging voorspoedig en de kanten en hoeken hoeven alleen nog recht gemaakt te worden.

19 oktober 2023 – het bleek toch wat meer tijd te kosten om er een fatsoenlijk rechthoekig gat van te maken en over het resultaat zijn we niet ontevreden. Het zit goed vast, recht en haaks. We gaan ervanuit dat de volgende sneller gaan en dat we voor de gaten in de kleinere balkjes de kolomboor kunnen gebruiken.

De volgende ging echter niet sneller; we wilden een balkje gebruiken wat destijds als proef gemaakt was en de maten van de tap waren net wat anders. De Forstner boor die hiervoor nodig was, was verre van scherp, waardoor het een stuk langer duurde. Gelukkig was het resultaat goed; de regel gemaakt van oud sloophout, sloot prima aan op de staander van nieuw hout.  

Normaal zou er onder- en bovenaan de staander een tap moeten komen, die dan in het gat van de onder- en bovenbalk vallen. In dit geval gaat dat niet, omdat de bovenbalk er al zit en er dus geen ruimte is om de tappen (elk 6 cm hoog) erin te krijgen.

Om er toch een soort van tapverbinding van te maken, komen hier losse of valse tappen. De gleuf aan de bovenkant is zo goed als af en morgen gaan we dit afmaken.

20 oktober 2023 – na wat gebeitel was het gat voor de losse tap aan de bovenkant van de staander af en kon de tap gemaakt worden. Omdat dit de eerste is, hebben we eerst een proeftap van vurenhout gemaakt. Die paste goed in de staander en ook buiten in de bovenbalk van het vakwerk.

Van het blokje eikenhout – wat ook op de foto staat – kunnen een aantal tappen gemaakt worden. We maken ze met een overmaat van 2 mm en daarna precies op maat per verbinding. Voor het vakwerk van badkamer2 en het terras moeten nog de nodige losse tappen gemaakt worden en het is de moeite waard om te kijken naar de beste methode om de gleuf te maken.

Met een Forstner boor en beitelen gaat het wel, maar het zou sneller moeten kunnen.

Als alternatief begonnen we de volgende met de decoupeerzaag, maar na een veelbelovend begin had de zaag toch teveel moeite om recht en haaks door 14 cm dik eikenhout te komen. De volgende poging was met de invalcirkelzaag. Een proefzaagsnede van 25 mm ging nog goed, maar daarna was het verticaal zagen toch te lastig.

Als laatste hebben we het eerste stuk met de handzaag gedaan en daarna met de decoupeerzaag. Dat ging op zich nog niet zo slecht. Aan het eind (of de onder-/bovenkant) hebben we paar gaatjes van 10 mm geboord en daarna met een beitel het bonkje eruit geslagen. Voor deze staander zit het erop, bij de volgende kijken we wel weer verder.

Aan de bovenkant zit de staander met een losse tap aan de bovenligger, die er nog in zit. Aan de onderkant zit ook een losse tap in het nieuwe stuk onderbalk wat we al eerder gemaakt hebben. Hierin is nu ook een tapgat gemaakt voor de losse tap. We kunnen nu aan de hoek beginnen, met een behoorlijk zware staander en de nodige schoren (schuine balken).

De losse tappen worden met houten pennen aan de balk vastgemaakt. Aan de kant waar normaal ook een pen zit, komt een vakwerkpen. Aan de andere kant, waar normaal geen pen zit, komt een rond stuk eikenhout van 20 mm, wat afgezaagd wordt op de balk, zodat je het niet of nauwelijks meer ziet als het vakwerk Oxenblutrot geverfd is.

De verbindingen hoeven ook niet van meubelmakerskwaliteit te zijn, want uiteindelijk is alleen de voorkant zichtbaar als de vakken gevuld zijn. Van belang is, dat de voorkant van al het hout zoveel mogelijk gelijk is en een centimeter meer of minder verschil aan de achterkant maakt niet uit. In bepaalde tappen moet ook wat speling komen, om het erin te krijgen. Het deel van het vakwerk dat er nog in zit staat namelijk behoorlijk scheef en het vernieuwde stuk moet hierop aansluiten. 

25 oktober 2023 – de oude hoekstaander die we voor het vakwerk in de achtergevel willen gaan gebruiken is te dik. De originele dikte van ca. 17 cm past hier niet en moet afgeslankt worden tot ca. 13-14 cm. Het lastige hierbij is, dat de balk niet vlak en haaks is en je niet zondermeer kan gaan zagen. Verder is de balk ca. 20 cm dik en hier moet de zaag dus doorheen. Voor de combinatie van dikte en gewicht hebben we (nog) geen geschikte zaag.

De poging met een kettingzaag strandde al vrij snel, want het oude eikenhout was veel te hard voor de zaag, die overigens met name bedoeld is voor snoeiwerk in de tuin. De vaste zagen waren ook geen optie. Van een soort overmaatse mecano hebben we een frame gemaakt en daarin de bovenfrees gezet en het vlak gefreesd. Dat duurt wel even, maar het resultaat is prima bruikbaar. In een vakwerkconstructie is een afwijking van een halve millimeter geen enkel probleem.

Het vakwerkhout aan de buitenkant krijgt uiteindelijk de kleur Ochsenblutrot (ossenbloedrood) of Oxidrot (RAL 3009), maar voordat de lijnolieverf die we hiervoor gebruiken erop kan, gaat er eerst Halböl op, als een soort primer.

26 oktober 2023 – de ochtend werd  gebruikt om de hoekstaander beter passend te krijgen. Het eerste probleempje was, welke kant, of stuk van een kant, het uitgangspunt voor het op maat maken zou worden? De balk is namelijk niet recht, getordeerd en ook verre van haaks. Uiteindelijk hebben we een deel van een kant als basis genomen en hebben een bobbel van ca. 1,5 cm vlak(ker) gefreesd.

We gaan wel t.z.t. de geleide-/sledeconstructie voor de frees aanpassen en denken o.a. aan een min of meer vaste opstelling voor de frees, waar de balk los tussen ligt. Dit zou een hoop insteltijd moeten besparen.

27 oktober 2023 – omdat we nog de nodige oude en nieuwe balken moeten bewerken, hebben we besloten om de freesgeleider aan te passen tot een meer algemeen bruikbare versie. Met draadeinden M10 en vleugelmoeren aan de onderkant is de langsgeleiding nu aan de werktafel vastgemaakt, in plaats van met lijmklemmen aan het hout.

Om het zo stabiel mogelijk te houden, gaan de draadeinden door de blokjes heen waarmee de basishoogte wordt ingesteld. Eventueel kun je ook een plank onder het hout wat bewerkt wordt leggen, om de hoogte te veranderen.

Met deze nieuwe constructie is de achterzijde van de hoekstaander vrij snel vlak gemaakt. Hierop kunnen we nu met de cirkelzaag en de zaaggeleider een plak van de zijkant afzagen en de staander verder op maat maken. Als dat gedaan is, dan kan het verlengstuk er aan gezet worden.

28 oktober 2023 – het verder vlak en op maat frezen van de hoekstaander stond op het programma. Dit ging goed met de nieuwe opstelling, al hebben we al weer allerlei ideeën voor een verbeterde versie. Dit zal waarschijnlijk samengaan met het maken van een nieuwe werkbank/-werktafel; iets wat ook al geruime tijd op het programma staat.

De voorkant van de staander is af en de achterkant, waar op sommige plaatsen bijna 2 cm af moet, schiet aardig op. Tot nu toe hebben we een accufreesmachine gebruikt en we gaan nu eens proberen of het sneller gaat met een 220V freesmachine. Hopelijk kan er dan per keer meer af.

7 november 2023 – met aangepast gereedschap gaan we verder met de hoekstaander; de niet-accufrees moet de snel leeg rakende accu’s vervangen en met een afvlakfrees van 57 mm moet het aantal bewegingen over de balk sterk verminderen. Voor delen waar zo goed als zeker geen spijkers e.d. in zitten, hebben we een extra brede elektrische handschaaf.

Met het nieuwe / aangepaste gereedschap kwam de snelheid er goed in. Naast elektrische aanpassingen, hebben we de eerste ca. anderhalve centimeter er – meer in de stijl van de oorspronkelijke bouw – met hamer en beitel afgehaald.

Het spreekwoord “Waar gehakt wordt vallen spaanders” had vandaag z’n letterlijke betekenis, want door het handmatige gehakt, was de vloer bezaaid met eiken spaanders. Ideaal voor het roken van vlees of vis, of als aanmaakhout voor houtkachel of barbecue.

Dat de hoekstaander ongeveer op dikte was, betekende niet dat hij af was. Het verlengstuk moest er nog op en we zijn begonnen aan een soort van halfhoutse verbinding. We kregen het niet helemaal af, maar het begin is er.

Morgen verder en dan kijken we ook hoe we de delen aan elkaar vastmaken en moet het lange stuk net zo breed worden als het verlengstuk.

8 november 2023 – vandaag het vervolg van de staander, waar we niet begonnen zijn met het aan elkaar maken, maar met het maken van het sleufgat voor de losse tap aan de bovenkant van het verlengstukje. In gedachte was dit geen lastig klusjes, maar de werkelijkheid was – niet voor het eerst – wat anders.

Het eikenhout was keihard en leek nog harder dan het harde eikenhout waarmee we al eerder aan het stoeien geweest zijn. Wat het lastiger maakte, was dat dit gat in de kopse kant van het hout moest komen.

De boorfrezen hielden het snel voor gezien en de scherpte leek per omwenteling af te nemen. Ook een kleiner freesbit op de bovenfrees gaf snel de geest en handgereedschap had er ook grote moeite mee. Toch wilde we voor de koffiepauze het gat af hebben; dat lukte, maar de koffiepauze begon wel wat later.

Het aparte van dit sleufgat is, dat het maar in een deel van de balk zit. Dit is omdat de hoekstaander aan het eind van het vakwerk zit en dat we liever niet willen dat je het ziet vanaf de kant waar geen vakwerkvulling zit, zodat het lijkt alsof er een “echte” hoekstaander staat.

Het gat is hier bovendien wat groter, omdat we nog niet precies weten waar we uitkomen bij de bovenbalk. Het sleufgat in de bovenbalk is ook nog beschadigd, toen jaren geleden een stuk wand naar buiten viel.

Dit betekent dat er gelukkig maar 1 zo’n lastig gat is! Het sleufgat aan de onderkant van de staander is weliswaar ook niet doorlopend, maar kan kleiner gemaakt worden, omdat het aansluit op het nieuwe stuk onderbalk wat we gemaakt hebben. Niettemin is ook dit kops hout en is het stuk balk, vanwege lengte en gewicht, wat lastiger te hanteren.

Hoewel het ook oud eikenhout was, was het lang niet zo hard, wat makkelijker werken was. Wat niet makkelijker was, waren de spleten, die ook op de plek zaten waar het sleufgat moest komen. Het gat kreeg hierdoor een ongeplande breedte en dus moet de losse tap en het gat in de onderbalk hierop aangepast worden.

Wie wat bewaard heeft, heeft wat en omdat we bijna al het eikenhout (ook afvalachtig) bewaren, was er snel een blokje gevonden waar de losse tap uitgehaald kon worden. Het blijft verbazingwekkend dat er mooie stukken hout uit ogenschijnlijk afval gehaald kan worden. Na wat gezaagd was er een bruikbare tap, die er goed in paste, hetgeen prima te zien is op een onscherpe foto.

De rest van de werkdag werd gevuld met het zo goed mogelijk passend maken van de halfhoutse verbinding, iets wat een hele uitdaging is bij oud eikenhout, wat bovendien niet recht, niet haaks, maar wel getordeerd is. We zijn tevreden met het resultaat, temeer omdat het hout uiteindelijk geverfd wordt in de kleur Ochsenblutrot (lijkt erg op RAL 3009 of 3004).

Daarnaast zit de hoekstaander op de 1e verdieping, waardoor de verbinding op ca. 4,5 m hoogte zit en niet van dichtbij te zien is.

De hap die t.b.v. de verbinding uit het grootste stuk van de hoekstaander is gehaald, zat op een plek waar het hout niet al te best was. Op zich kwam dat dus goed uit, maar voor de zekerheid hebben we het hout aan beide kanten in de verbinding behandeld met anti-houtwormspul. Het is niet de bedoeling dat er van binnenuit aan geknaagd wordt.

9 november 2023 – het aan elkaar maken van de 2 stukken voor de hoekstaander stond op het programma. Behalve dat we hiervoor vochtbestendige licht opschuimende PU-lijm gebruiken, komen er ook 2 eiken pennen met een diameter van 20 mm in. Deze pennen met een lengte van ca. 20 cm worden er vanaf de kant van de toekomstige vakwerkvulling ingeslagen en omdat ze net niet helemaal doorlopen, zie je er aan de buitenkant niets van.

De gaten in de eerste balk hebben zijn geboord en als de lijm droog is, boren we de gaten verder in de tweede balk en komen de pennen erin. Voor extra stevigheid zijn de gaten iets schuin geboord. Echt nodig zal dit niet zijn, omdat de staander uiteindelijk alleen op druk belast wordt. De stevigheid is vooral bedoeld voor de montage, waar zeer waarschijnlijk wel wat stevige meppen nodig zijn om de boel op de juiste plek te krijgen.

Afhankelijk van de meetplek is de uiteindelijke staander (niet-)recht, (niet-)vlak en (niet-)haaks. Ook de plaats en het aandraaien van lijmklemmen beïnvloed de metingen. Vooraf hebben we een proeflijming gedaan, om te kijken waar er lijmklemmen moeten komen. Hierbij lag het accent op de voorkant, die zichtbaar blijft en minder op de zijkanten, die niet of nauwelijks zichtbaar zijn. De achterkant speelt helemaal geen rol, want daar zie je uiteindelijk niets van.

De proef zag er goed genoeg uit, hopelijk gaat het net zo in het “echt”.

Na de koffie was het zover, de proefklemmen gingen eraf, de lijm erop en daarna de klemmen. Zoals verwacht zat het hout toch weer net ietsje anders, maar er was geen weg terug meer. Binnen 10 minuten moest het goed zitten. Dat lukte aardig (denken we), maar door de vele lijmklemmen was het lastig om te kijken of alles recht zat.

Het is nu afwachten tot morgen.

Bewust was eerst het sleufgat onderaan de hoekstaander gemaakt, omdat oud eikenhout lastig te bewerken is. Het werd een groter gat met een overmaatse tap en eenzelfde gat moet in de onderbalk gemaakt worden. Het nieuwe stuk onderbalk is van nieuw eikenhout en het maken van het sleufgat ging een stuk makkelijker en sneller.

Hiermee zijn de rechte stukken vakwerk met haakse verbindingen bijna af; nog 1 regel met 2 valse tappen. De regel is op lengte gezaagd, nu nog de breedte en de tapgaten.

Daarna zijn de schoren (schuine balken) aan de beurt. Dit wordt een heel ander verhaal, want vanaf papier maken kan hier eigenlijk niet. We gaan het deel wat klaar is in elkaar zetten, zodat we precies weten hoe lang de schoren moeten worden en welke hoeken ze moeten hebben.

Er waren al gewone tappen, valse tappen en losse tappen en sinds vandaag zijn er ook halve tappen. Bij het testpassen van de overmaatse in de onderbalk, brak de tap door midden. Er zat al een scheur in vanaf het begin en die was verder gescheurd. Aan het kleurverschil was te zien dat de oorspronkelijk scheur al vrij diep was. Mogelijk lukt het ook met halve tappen, maar voor de zekerheid hebben we de stukken maar gelijmd.

10 november 2023 – het was even spannend hoe de staander uit de lijmklemmen zou komen, maar gelukkig bleek vrij snel, dat het goed gegaan was. De zichtbaarheid van de naden valt mee en als de staander geverfd is en vanaf afstand bekeken wordt, zal het niet echt opvallen. 

Het is overigens ook niet zo erg als de naad wel een beetje zichtbaar blijft, want wel vaker zie je aan elkaar gekoppelde balken in een vakwerk, al is dat veelal horizontaal en niet verticaal zoals hier. Behalve optisch, zaten de delen ook behoorlijk recht en in lijn aan elkaar.

Nadat de lijmresten verwijderd waren, was het tijd voor de pennen. Het dieper boren van de gaten lukte wel, maar boor en boormachine hadden wel wat moeite met het oude eikenhout,

Omdat de lijmpatroon van gisteren nog in het kitpistool zat, dachten we de penverbinding extra sterk te maken door lijm in het gat te doen. Dat bleek een slecht idee, want al na een centimeter of 5 (van de 20) zaten de pennen muurvast. Met eerst de moker en daarna een voorhamer van 10 kilo gingen de pennen nog een paar centimeter verder, maar toen was het gedaan.

We bedachten ons – wat aan de late kant – dat pennen in vakwerk nooit gelijmd worden en toch voor een stevige verbinding zorgen. Nadat er 2 nieuwe gaten geboord waren, gingen we aan de slag met 2 nieuwe pennen zonder lijm. Dat ging beter, totdat de pennen bij het oude hout aankwamen. Alles zat weer muurvast en ook na gemep met moker en voorhamer gaven de pennen geen kik (en de gelijmde verbinding gelukkig ook niet).

Een geoliede pen leek ons iets teveel van het goed, maar bij de 5e poging hebben we de pen in de impregneerolie gezet en er een wat grotere zoekrand aan gevijld. Deze combi bleek te werken, want de pen ging er helemaal in met de houten hamer,

De lijmverbinding is inmiddels dermate goed “getest”, dat we het vooralsnog bij deze ene pen laten. Als we een keer om werk verlegen zitten, kunnen we altijd nog 1 van de nutteloze pennen uitboren, maar dat gaat waarschijnlijk niet gebeuren.

Ook het resultaat van het andere lijmwerk (de gebroken tap) was goed en hij kon gebruikt worden nadat de lijmresten verwijderd waren. De eerste test waarbij de staander met deze tap op de onderbalk gezet is, was goed. De ca. 2,5 meter lange en 55 kilo zware staander bleef los op de onderbalk staan.

De staander stond vrij goed waterpas aan alle kanten, maar de spleet tussen staander en onderbalk was te groot. De staander ging er weer af en het tapgat is aan de onderkant ietsje brede gemaakt. De 2e poging was beter en voor de zekerheid zit de staander met een lijmklem aan een balk vast.

Een tijdje geleden hadden we een nieuwe staander voor naast het raam gemaakt en we waren benieuwd of die ook zou passen. De onderbalk is namelijk behoorlijk getordeerd op de plek waar die 2e staander komt en hierdoor staat de staander behoorlijk scheef. Nadat er aan 1 kant een stukje van de staander afgezaagd was, stond hij prima waterpas.

Nu zijn de schoren aan de beurt en de lat geeft aan hoe de langste schoor ongeveer moet komen. We hebben een eiken balk die waarschijnlijk lang genoeg is, maar we moeten dan wel van ca. 15×15 een 11,5×13 balk maken. Iets wat niet mee zal vallen, omdat de balk verre van recht en maatvast is.

2024

3 mei 2024 – de blokjes waarmee 2 oude tapgaten in een staander dichtgemaakt worden, zijn af en geïmpregneerd. Als ze droog zijn, worden ze erin gelijmd en – als de lijm droog is – zo gelijk mogelijk met de staander afgevlakt.

De nieuwe regel komt hoger, zodat het raam wat groter wordt. De regel komt vast te zitten met 2 losse tappen, die vanaf de raamkant niet te zien zijn, want met vaste tappen gaat die er niet tussen. Het paste vrij aardig en om te kijken hoe het gaat, hebben we een tapgat in de oude staander gemaakt.

Zoals wel vaker, zou je – op basis van het uiterlijk – geen cent geven voor de staander, maar al na een paar millimeter is het hout zo goed als nieuw en keihard. Niet te geloven dat deze staander al ruim 200 jaar onbehandeld in weer en wind staat.

Morgen het 2e gat en dan kan de regel ook verder afgewerkt worden. Eerst impregneren tegen ongedierte en schimmel, dan Halböl en tenslotte een paar lagen lijnolieverf in de kleur ossenbloedrood, wat het vakwerk z’n eeuwenoude eindkleur geeft.

Als het goed is, krijgt de komende tijd veel meer hout deze behandeling, want dit jaar staat o.a. het vakwerk van de achtergevel op het programma. De 2 nieuwe regels – met echte tappen – zijn vandaag in de Halböl gezet; een soort van primer voordat de lijnolieverf erop komt.

4 mei 2024 – het balkje van gister, met de losse tappen, beviel toch niet helemaal. De tappen waren eigenlijk te klein en daardoor minder stabiel. We hebben een aangepaste versie gemaakt, waarbij de tappen 9,5 cm hoog zijn in plaats van 6 en deze robuustere versie ziet er beter uit.

Door deze aanpassing moesten er ook nieuwe grotere tappen gemaakt worden en grotere sleufgaten in het vakwerk.

7 mei 2024 – de 2 regels voor boven en onder het raam, hebben vandaag voor een deel een laag lijnolieverf in de kleur Ochsenblutrot gekregen. Als dit droog is, kunnen ze gedraaid worden en is de rest aan de beurt.

De staander waar deze regels op komen, schiet ook aardig op. Het onderste tapgat is vandaag gemaakt met behulp van boor en beitel en bijna af. Morgen is het bovenste tapgat aan de beurt; daarna is de staander klaar voor verdere behandeling.

8 mei 2024 – het eerste deel ossenbloedrood was droog en na het draaien van de regels, is de andere kant gedaan. We laten het voorlopig bij deze ene laag en als het vakwerk op z’n plaats staat, krijgen de meest kwetsbare en beschadigde delen nog een extra laagje.

Het afwerken van het onderste tapgat en het maken van het bovenste tapgat in de staander ging probleemloos. Het houtwerk is gedaan en nu kan de afwerking beginnen, met als eerste een laag impregneerolie tegen schimmel en ongewenste knagers.

De volgende balk is de schoor; een schuine balk die moet zorgen voor een zogenaamde vormvaste driehoek die het vakwerk meer stevigheid geeft. De balk die we hebben is net (niet) lang genoeg en misschien moet hier ook een losse tap in.

Bovendien is de balk krom, waardoor er aan de uiteinden bijna 2 cm af moet om een enigszins rechte balk te krijgen. Helemaal recht is niet noodzakelijk, want zoals we vaker zeggen: “niet is hier recht.”

Na het recht(er) maken hebben we eerst de helft van de bovenste tap gemaakt en toen bleek dat die wel aardig paste, hebben we de tap afgemaakt. Morgen is de onderkant aan de beurt en gaan we ook de gaten in de onderbalk en de staander maken.

9 mei 2024 – verven gaat vrij geluidloos en dus heeft de staander nu voor het grootste deel een laag lijnolieverf. Het grote voordeel van (ouderwetse) lijnolieverf is, dat het geen dampdichte laag vormt, zoals bij lak. Het hout kan hierdoor ademen en gaat niet rotten achter de laklaag. Sinds de komst van moderne lakken is er heel wat vakwerkhout verloren gegaan.

10 mei 2024 – vandaag kon er weer herrie gemaakt worden en het elektrisch gereedschap draaide volop bij het werk aan de schoor (schuine staander) voor het vakwerk. Na wat meten en dubbelchecken hebben we de onderste tap gemaakt.

Daarna hebben we de schoor provisorisch op z’n plaats gezet, om de tapgaten van de regels af te tekenen. Deze tapgaten moeten schuin in de schoor komen, zodat ze bij het plaatsen horizontaal zitten. In totaal komen er 3 van deze tapgaten in, waarvan 1 dubbele, waar 2 balkjes in komen.

Het lukte om de schoor af te krijgen en er was nog tijd om de tapgaten in de ligger en hoekstaander af te tekenen, zodat we morgen de tapgaten kunnen maken.

De andere kant van de liggende staander kon ossenbloedrood geverfd worden en daarmee is het voorbereidende werk aan deze balk gedaan, op naar de volgende.

11 mei 2024 – we hebben het tapgat waarmee de schoor in de ligger zit gemaakt. Het paste niet in 1 keer, maar na een aantal keren proberen en wat hakken en aanpassen zat de schoor stevig in de onderbalk. Het past goed, want er kan geen papiertje tussen.

Nu het tapgat in de staander nog, wat een stuk langer is, omdat de hoek met de schoor maar 20 graden is. Er moet een sleufgat komen van 4 cm breed, 5 cm diep en maar liefst 38 cm lang. Het duurt wel even voordat we dat af hebben.

17 mei 2024 – in de werkplaats lag de hoekstaander nog te wachten op het afmaken van het grote tapgat voor de schoor en na het nodig boor- en hakwerk paste de staander en schoor in elkaar. Gelukkig zaten de 2 balken aan de andere kant (2 meter naar onderen) ook goed in lijn. In de driehoek van onderbalk, hoekstaander en schoor moet nog een regel komen op de hoogte van de onderregels van de rest van het vakwerk. Om dit goed te kunnen opmeten, gaan we het vakwerk in elkaar zetten.

18 mei 2024 – voordat we het vakwerk in elkaar gaan zetten, om het kleine balkje op te kunnen meten, hebben we eerst het tapgat in de hoekstaander gemaakt. Dit is meteen ook het laatste tapgat in deze staander en dus kan die – na het opmeten – verder behandeld worden.

Het in elkaar zetten van het vakwerk ging wel, maar eigenlijk iets te lastig. De onderdelen passen te precies, waardoor een enkele verbinding goed in elkaar gezet kan worden, maar als het er meer zijn, de afwijking in een balk een rol speelt. We lossen dit – hopelijk – op, door de tappen iets dunner te maken en/of de tapgaten iets breder te maken. Een millimeter kan al veel helpen.

We kregen het vakwerk niet goed genoeg in model om alles te kunnen meten en hebben daarom eerst de tappen dunner gemaakt. Dit hielp en nadat we alles weer in elkaar gezet hadden, konden we beginnen met het eerste kleine(re) balkje. Hiervoor gebruiken we een oude regel die we eerder uit de achtergevel gezaagd hadden vanwege het grotere raam.

20 mei 2024 – het was inmiddels laat genoeg om herrie te gaan maken en dus waren de regels van het vakwerk van de achtergevel aan de beurt. De kleinste, waar we al aan begonnen waren, kon afgemaakt worden, wat vanwege de niet-rechte vorm wat langer duurde.

Hierna was de volgende aan de beurt; die gaan we maken van een stuk van een oude staander. Er was nog tijd om de balk op lengte te zagen en morgen gaan we verder.

21 mei 2024 – het eerste kleine balkje onderging de afwerkbehandelingen, te weten impregneren en een laag Halböl, als een soort grondverf voor de lijnolieverf.

Het 2e balkje was iets langer en hiervoor hebben we een stuk van een staander gebruikt, waarvan de onderkant rot was, maar de bovenkant nog goed. Ook dit stuk was niet vlak en haaks. Omdat een staander breder is dan een regel, moest er een reepje van een centimeter af. Na een paar keer (aan)passen zat het goed en is de volgende aan de beurt.

Voor dit balkje konden we niet echt een passend stuk oud hout vinden, maar er lag nog een stuk nieuw eikenhout dat bijna de goede lengte had. Dit was wel 3,5 x 13,5 cm, terwijl we 12,5 x 11,5 cm nodig hadden. De 2 plakken eraf zagen ging goed en daarna waren de tappen aan de beurt.

22 mei 2024 – de balkjes zijn behandeld met impregneermiddel, Halböl en Ochsenblutrot en er is een nieuw balkje bij gekomen. Nog 1 balkje te gaan en dat is een schuin balkje tussen een regel en de bovenbalk. Dit balkje ontbrak al toen we het pand kochten en aan de hand van het tapgat in de bovenbalk en vergelijkbare constructies elders in het pand, hebben we de vorm gereconstrueerd.

In de voorraad oude balken lag een geschikte balk en toen we bezig waren met het op dikte maken, kwam de gedachte naar boven, dat dit wel eens een goede balk voor het badkamermeubel zou kunnen zijn. Het bleek precies de goede lengte te hebben en de ‘old look’ komt hier volledig tot z’n recht, iets wat met een laag ossenbloedrode verf een heel stuk minder is.

Er moet dus een ander balkje komen voor het achtergevelvakwerk. De ene was te dun, de ander te dik, te kort of te slecht. Kortom, we vonden geen geschikte balk en dus maken we maar een balkje uit 2 stukken van een oude staander. Die staander is te slecht om als geheel te gebruiken en het nadeel van oude staanders is, dat er doorlopende tapgaten in zitten. Na het nodige gezaag en geschaaf kon er precies genoeg bruikbaar hout uitgehaald worden. Omdat er wat houtwormsporen waren, wordt het eerst geïmpregneerd en gaan we er morgen mee verder.

23 mei 2024 – bovenin het laatste balkje zit een losse tap en dat is lastiger in een schuine balk. Met een hulpbalk hebben we hem vast gezet en gleuven gezaagd. De “dammetjes” weggeslagen en vlak gemaakt met een beitel en je hebt een sleuf voor de losse tap.

Dit balkje bestaat uit 3 delen; 2 stukjes eiken balk en een eiken plank om de zaak bij elkaar te houden. Samen heeft het de juiste lengte, hoogte en breedte. Nadat alles gezaagd was, hebben we het gelijmd, met voor de zekerheid wat schroeven (aan de achterkant).

Het balkje heeft als het goed is niets te houden en als dat wel zo zou zijn, dan is dat heen probleem, want het kan wel wat hebben. Uiteindelijk is alleen de voorkant zichtbaar en als de donkerrode lijnolieverf erop zit, valt het niet op, dat het balkje uit 3 delen bestaat. Als de lijm droog is, wordt het verder afgewerkt, net als de nodige andere balkjes die vandaag weer een behandeling kregen.

31 mei 2024 – de dag begon droog en dus kon een deel van het achtergevelvakwerk getest worden. Als eerste het nieuwe stuk ligger, wat al snel vrij stabiel en waterpas lag. De staander was een ander verhaal, want door het niet-rechte oude vakwerk, bleek die 1,4 cm te lang.

Met de cirkelzaag was dit zo opgelost en toen was de bovenregel aan de beurt. De tappen paste te precies; dat werkt wel op de werkbank, maar niet in het echt als oud en nieuw vakwerk op elkaar aangesloten moet worden. Met een beitel hebben we er wat vanaf gehaald en kon het stukje vakwerk probleemloos in elkaar gezet worden.

Omdat de staander er toch stond, konden we meteen ook kijken hoe het met de hoek zit. Doordat de hoekstaander al decennialang ontbreekt, i   s de bovenbalk wat verzakt en/of kromgetrokken. Op een afstand van 1,5 meter was dit bijna 2,5 cm en over de hele afstand van staander tot hoekstaander, was het 4,1 cm; een behoorlijk verschil dus.

Het onderste deel van het vakwerk staat bijna 3 graden uit het lood. Qua getal lijkt dat niet veel, maar het is maar 1 graad minder dan de beroemde scheve toren van Pisa, die behoorlijk scheef staat. De overhang van het vakwerk is ca. 8 cm, wat dus goed te zien is. Het deel wat wij nu maken, komt net zo scheef te staan als het oude vakwerk.

Na de geslaagde test hebben we de balken weggehaald en kan de onderbalk afgewerkt worden. Als dat gedaan is, dan kan die weer teruggezet worden en dan ‘voor altijd’.

Een deel van het oude buitenvakwerk kan nu verder afgewerkt worden, nu het geschuurd is; niet teveel, want het oude uiterlijk moet blijven. In de ongebruikte tapgaten zaten al blokjes eikenhout en die zijn nu afgewerkt. De gaten van de houten pennen zijn uitgeboord en er zitten nu stukken rond eikenhout in.

In een droge periode kon een deel van het vakwerk in de impregneerolie gezet worden en als het morgen droog is, kan de Halböl erop.

Bijna 10 jaar geleden, op 7 juni 2014, hadden we stuk van de ‘buitenpuist’ afgezaagd. Toen al wisten we, dat er nog meer af moest en dat hebben we vandaag gedaan. Het vak kan nu gevuld worden met stenen en daarna een laag kalkstuc erop.

1 juni 2024 – de afwerkbalken en het vakwerk buiten waren droog en kregen de volgende laag; deels Halböl (een soort grondverf) en deels lijnolieverf in de kleur ossenbloedrood. Door het vochtige weer duurt het drogen wel wat langer.

Van de hoekstaander moet een stukje af, maar we hebben besloten om ook wat van de kromme bovenbalk af te halen. Dit laatste gaan we pas doen als we de staander op z’n plaats gaan zetten.

Wel hebben we een oud tapgat aan de zijkant van de hoekstaander gedicht met een blok eikenhout en in het gat van de pen zit een rond stuk eikenhout. Aan de achterkant – die uit het zicht blijft – zit ook nog een oud tapgat en we gaan nog bekijken wat we daarmee doen.

4 juni 2024 – vandaag hebben we de tweede lading Bimssteine opgehaald en als het goed is, hebben we er nu genoeg om de vakken in de achtergevel te vullen.

De ligger kreeg vandaag de laatste lik Halböl en als die morgen droog is, kan de lijnolieverf erop. De balk ligt op het terras, waar het warmer is, wat de droogtijd verkort. Als het niet tegenzit, zou de balk – voorzien van 2 lagen lijnolieverf – er zaterdagochtend op kunnen.

5 juni 2024 – het verven van de vakwerkbalken doen we voortaan op het toekomstige inpandige terras. Niet alleen is het licht daar beter, maar het is ook warmer dan in de garage, waardoor de verf sneller droog is. Met de “logistiek” zit het ook goed, want de balken moeten sowieso naar boven als ze erin gezet worden.

Iets wat vandaag ook de eerste laag verf kreeg, was een deel van het oude vakwerk van de achtergevel. Minstens 200 jaar (het vakwerk is van voor 1820) zat hier geen verf op en nu is het hout ossenbloedrood! Hiermee is nu ook van buitenaf zichtbaar dat dit vakwerk gerenoveerd wordt; iets wat zeker een mijlpaal(tje) genoemd mag worden.

Het hout van de vakken ernaast is tussen de buien door geschuurd en kan nu ook verder afgewerkt worden. Ondertussen zijn we ook aan het kijken hoe we vakvulling van oude leistenen en Bimssteine gaan afwerken. Sowieso met kalkstuc, maar daarbij zijn er ‘tig’ mogelijkheden.

Het bovenste tapgat van de hoekstaander is aangepast en de staander kan verder afgewerkt worden. Met ruim 60 kilo is dit verreweg de zwaarste balk en het zal wel wat zweetdruppels kosten voor die op z’n plek staat.

6 juni 2024 – het weer was mooi genoeg om buiten te werken en het hout rondom de volgende 3 vakken is nu geïmpregneerd en als het meezit, kan er vandaag ook een laag Halböl op. Binnen, op het verfterras, zijn balken voorzien van een (tweede) laag Ochsenblutrot.

7 juni 2024 – van oudsher is het vakwerk in de achtergevel gevuld met leisteen, wat bij elkaar gehouden wordt met een grove kalkachtige mortel, die ook als stucmiddel gebruikt wordt. Dit spul is her en der zacht en poederig/stoffig, wat geen goede basis is voor een nieuwe kalkstuclaag.

Om hier een vastere ondergrond van te maken, hebben we de vakken “geverfd” met een waterig kalkmengsel, in de hoop dat dit bij het drogen ook het gruis vasthoudt. Deze methode wordt ook gebruikt bij het aanbrengen van kalkstuc op een leem ondergrond en misschien werkt het hier ook wel.

De lijnolieverf van de onderbalk was redelijk droog en nadat die nog een paar uur buiten gelegen had, hebben we hem op z’n plaats gelegd. Definitief vastzetten kan niet meteen, want er moesten nog de nodige vulblokjes gemaakt worden, zodat de ligger aan de vloerbalken vastgezet kan worden. We gaan dit lijmen met PU-lijm en er komen 3 schroeven van 6×300 mm in, 2 van 8×280 mm en 1 van 6,5×100 mm.

Verder wordt de nieuwe balk met een soort van halfhoutse verbinding aan de oude balk vastgezet, die ook gelijmd wordt en waar wat schroeven in komen.

Her en der komt de balk op wat blokjes eikenhout te liggen, die aan de leisteenmuur eronder gelijmd worden.

Dit alles moet zorgen voor een stevige basis, waarop we zonder probleem het vakwerk en de vulling kunnen zetten, wat bij elkaar zo’n 500 kilo (ruwe schatting) weegt. Het (waterpas) op z’n plaats leggen, lijmen en vastschroeven ging probleemloos. De schroeven zijn allemaal afgedicht met een houten “dop”, die later glad geschuurd wordt.

De spleten onder de ligger zijn dichtgemaakt met stukken leisteen en oude leitjes en later komt er nog wat kalkmortel in de voegen. Al met al ziet het er nu al beter uit dan het ooit geweest is zolang als wij het huis hebben.

8 juni 2024 – ideaal weer vandaag, om verder te gaan met het vakwerk van de achtergevel. De ligger die we gister op z’n plaats gelegd hadden, zat muurvast, zodat we de staander er met een gerust hart op konden zetten.

Ook nu bleek weer, dat het definitief op z’n plaats zetten lastiger lijkt dan bij de testplaatsing. De staander en de 2 regels voor boven en onder het raam, moeten er tegelijkertijd in gezet worden. De losse tappen maken het niet per definitie makkelijker en dat de staander scheef staat, maakt het sowieso lastiger.

Na wat gemep zaten de regels een stukje in de staanders en met de houten hamer, werd de staander met de losse tappen in de richting van de andere staander geslagen, net zolang tot de regels klem zaten tussen de staanders. Met een lijmklem hebben we de boel zo strak mogelijk tegen elkaar getrokken.

Het regeltje met de losse tappen boven het linker raam kon erop en van onderaf zit het eruit als een gewone regel. De losse tappen maken het wat makkelijker om de regel waterpas te zetten en in lijn met de regel boven het rechter raam.

Omdat de maat van het hout niet overal hetzelfde is, het vakwerk schuin tegen de gevel staat en sommige balken – met name de bovenligger – behoorlijk krom zijn, krijg je nooit alles recht. We hebben ons zoveel mogelijk geconcentreerd op haakse hoeken rondom de ramen en de rest is dan niet overal 100%.

De lijmklemmen kunnen niet eeuwig op het vakwerk blijven zitten en houten pennen moeten de functie overnemen. Voor de pen-gatverbindingen van het vakwerk worden in deze regio pennen van 18 mm (diameter) gebruikt, met een vierkant uiteinde. In zwaar belaste verbindingen zitten 2 pennen en in vloerbalken zitten pennen van 22 mm.

Wij gebruiken zoveel mogelijk pennen van 18 mm en bij een paar slechte gaten in oud hout, hebben we 20 mm gebruikt. Voor het vastzetten van de losse tappen gebruiken we ronde pennen van 20 mm (diameter), die er helemaal ingeslagen worden en daarna gladgeschuurd en geverfd worden, waardoor ze redelijk onzichtbaar worden.

Dit in tegenstelling tot de vakwerkpennen, die uit blijven steken. Over een tijdje kijken we of de vakwerkpennen er nog wat verder ingeslagen kunnen worden en wat er dan teveel uitsteekt, wordt er afgezaagd.

Nadat de gaten voor de belangrijkste pennen geboord waren en de pennen er – met de nodige kracht – in geslagen waren, konden de lijmklemmen eraf. Zoals verwacht bewoog het hout totaal niet en dat gebeurde ook niet toen een schroefstempel – die dienst deed als staander – weggehaald werd.

Als de resterende pennen erin zitten, gaan we verder met de hoek. Dat zal – gezien de schuine balken en de 60 kilo zware hoekstaander – ook een pittig karwei worden. De hoestaander kreeg vandaag deels de eerste laag ossenbloedrode lijnolieverf. Als die droog is, dan is de rest aan de beurt.

Het leuke van het werk vandaag was, dat het al eeuwen zo gaat, zonder gebruik van lijm, schroeven, stalen hoekjes e.d.

11 juni 2024 – zon en wind hadden de overhand vandaag en dus prima weer om te schuren aan de achtergevel. De originele leisteenvulling, die nog in enkele vakken zit, is aan de randen geschuurd en wat afgeslepen, zodat de nieuwe Kalkputz erop kan. Daarna is de rest van het vakwerk geschuurd, wat gepaard ging met op Saharazand lijkende stofwolken.

Het schuren is vooral bedoeld om de slechtste stukken hout weg te schuren en het vuil wat op en in het hout zit, zoals resten klimop, spijkers, kalkresten e.d. Hierbij zagen we ook dat diverse pennen in slechte staat zijn en daar gaan we dus ook wat aan doen. In het “nieuwe” stuk zijn de pennen afgezaagd en waar nodig geschuurd. Hier kan de beschadigde verf bijgewerkt worden.

Aan de reeks lijmpogingen is weer een nieuwe toegevoegd, namelijk het aan elkaar lijmen van bimssteen en hout met opschuimende PU-lijm. Als dat goed gaat, dan zou dat een optie zijn voor een stevige verbinding tussen vakwerkhout en de stenen vakwerkvulling.

12 juni 2024 – de lijmpoging van gisteren is meer dan geslaagd, want we konden op de kruislings gelijmde plankjes staan, terwijl die “hingen” aan de steen. In het echt heeft de lijmverbinding zo goed als niets te houden, dus de kan is groot dat we sommige stenen op deze manier gaan lijmen.

Om de rest van het vakwerk erin te kunnen zetten, moet ook de hoekstaander min of meer af zijn. Een deel had al eerder een likje verf gekregen en nu is de rest ook gedaan. Als het droog is, dan kan de 2e laag erop. Omdat we toch met verf bezig waren, hebben we de afgezaagde pennen van het “nieuwe” vakwerk ook gedaan.

Het laatste karweitje van de dag was het vast(er?) zetten van het balkje met de losse tappen boven het raam. In het balkje zitten nu pennen van 20 mm, die vanaf morgen onzichtbaar zijn (voor de gemiddelde kijker) en in de staanders zitten vakwerkpennen van 18 mm, waarvan het uiteinde zichtbaar blijft.

13 juni 2024 – over het dragende deel van de voet van een van de staanders in het vakwerk van de achtergevel waren we niet helemaal tevreden. Doordat de ligger daar behoorlijk getordeerd is, droeg de staander nauwelijks aan de achterkant. Met een plakje eikenhout, wat we er met een moker onder geslagen hebben, draagt de staander een stuk beter (voor zover die überhaupt iets draagt).

Dat hout en steen bij weersveranderingen werken t.o.v. elkaar, wisten we al lang. Het was dus niet echt een verrassing, dat na een paar dagen droog weer en zon op het achtergevelvakwerk, de stenen in de hoek los zaten, terwijl die eerst wel vast zaten. We hebben ze er opnieuw ingezet, met wat opschuimende PU-lijm ertussen en stukjes Schiefer.

14 juni 2024 – de werkdag begon met een rondje langs het lijmwerk van gisteren; de stenen onder de ligger, waar de hoekstaander op komt te staan lagen goed vast. De stenen ernaast komen nog, maar die zijn minder dringend.

Een hoekstaander van 60 kilo zet je niet even in het vakwerk om te kijken of die past. We hebben daarom van wat oude planken een T-vormige mal gemaakt, met precies dezelfde lengte als de hoekstaander. Bij de eerste test met de mal, bleek dat er een paar millimeter te weinig ruimte was.

Dit wisten we al, want de staander was bewust iets te lang gemaakt, zodat er boven wat hout weggehaald kon worden. Na wat proberen en gebeitel, paste de mal (en dus hopelijk de staander ook) en was er wat slecht hout van de bovenbalk af, die nu bovendien minder krom was aan het uiteinde.

Doordat het vakwerk van de achtergevel behoorlijk scheef staat, moet er ter plaatse van de hoekstaander wat isolatie weggehaald worden. Aan de bovenkant ca. 6 cm en dan aflopend tot 0 cm aan de onderkant. Het begin is gedaan en de rest komt nog.

20 juni 2024 – HET karwei vandaag was het op z’n plaats zetten van de hoekstaander van het vakwerk van de achtergevel. Hiervoor was de werkploeg uitgebreid en dat was maar goed ook, want behalve het gewicht, is het ook een lastige plek; op de eerste verdieping, zo’n 2,5 meter boven de grond naast een smal gangetje tussen ons en de buren.

Als eerste hebben we de isolatie weggehaald die in de weg zat en daarna de staander op het dak van de voormalige varkensstal getild en overeind gezet op de onderbalk.

De staander paste op zich goed, maar het was nog een hele puzzel om de balken (met de uitstekende tappen) er in de juiste volgorde in te krijgen. Wat het nog lastiger maakte, was de schroefstempel die de bovenbalk ondersteunde. Die stond dusdanig in de weg, dat het onmogelijk was om het vakwerk erin te krijgen.

Toen de hoekstaander ongeveer op z’n plaats stond, hebben we de schroefstempel weggehaald en gelukkig zakte de onderbalk niet merkbaar. De rest kon erin, maar wel moest van 2 tappen een hoekje afgezaagd worden.

Met een lijmklem hebben we de staander en de schoor tegen elkaar aangetrokken, wat dankzij de losse tappen in de staander goed ging. Die lijmklem blijft zitten totdat de belangrijkste pennen erin zitten en de staander vastzit aan de achterliggende constructie. De lijmklem zorgt er wel voor dat de laatste 2 balkjes er pas in kunnen als de pennen erin zitten en de lijmklem weg is. Dat komt morgen aan de beurt.

21 juni 2024 – dankzij het mooie weer tussen de buien door, konden er ook weer aan het vakwerk gewerkt worden. Een deel van het geschuurde hout is geïmpregneerd en het deel wat al geïmpregneerd was, is in de Halböl gezet.

In een deel van het vakwerk zit nog oude leisteenvulling en we bekijken nog, of we deze vakken voor het voegen (repareren) en stuken in de lijnolieverf gaan zetten.

In de achtergevel zit o.a. de kopse kant van een nieuwe balk, die we eerder al zo ver mogelijk afgezaagd en afgehakt hebben. Hierop komt Trass-Kalkputz en om die beter te laten houden (hopen we), hebben we er wat stukken Schiefer op gespijkerd en er een stukje wapeningsgaas op gelijmd. Of hiermee scheuren op de grens van hout en steen voorkomen worden, weten we niet, maar misschien helpt het precies genoeg.

22 juni 2024 – een nieuwe activiteit na al die jaren renoveren, is het dichtmetselen van een vakwerkvak met stukken leisteen en traskalkmortel. Deze mortel is vrij droog en dat is even wennen. De zichtkant zit hier aan de binnenkant en als het droog is, komt er aan de buitenkant traskalkstuc op, zodat het er ook aan de buitenkant mooi uitziet.

Om te voorkomen dat het vastslaan van de pennen in het vakwerk van de achtergevel doortrilt in vers gestuukte gipsplaten, hebben we er weer de nodige pennen ingezet. Het zijn zowel de echte vakwerkpennen als ronde pennen voor de losse tappen.

In de resterende tijd hebben we ‘balk 10’ erin gezet; deze loopt van de staander naar de schoor. Tijdens het plaatsen van de schoor leek dit balkje een stuk te lang, maar dat viel eigenlijk wel mee. De tap was aan de bovenkant iets te lang (of het tapgat te ondiep) en toen dat verholpen was, paste die prima en zat precies waterpas.

Er moet nu nog 1 balkje in en er moet er nog 1 vastgezet worden en dat is een karweitje voor maandag.

24 juni 2024 – in de achtergevel moest nog een klein balkje vastgezet worden en de laatste balk, een soort van semi-schoor tussen een regel en de bovenbalk moest er nog in. Om dit balkje erin te kunnen krijgen, hadden we hem gemaakt met een vaste en een losse tap. De bovenbalk van de testopstelling destijds, was toch iets anders dan de echte bovenbalk.

Er kwam wat gezaagd en gebeitel aan te pas voordat het balkje op z’n plaats zat. Daarna konden de vakwerkpennen en de pennen van de losse tappen erin. De afwerking van de pennen wordt meegenomen als de rest van het vakwerk gedaan wordt. Een deel daarvan is vandaag in de Halböl gezet en daarna komt de lijnolieverf.

Het vakwerk ter plaatse van badkamer2 is in principe klaar, op het verlengen van de bovenbalk na. Door de hogere vloerbalken is de bovenbalk te kort worden en moet er 9 cm aangezet worden. Dit hebben we gemaakt van een afvalstukje van de vensterbank. Het vastzetten doen we met een dot lijm en geen ingewikkelde verbinding.

25 juni 2024 – de lijmklemmen konden van het vakwerk af en alles bleef – zoals verwacht – goed zitten. Tussen de kopse kant van de verlengde bovenbalk en het boeiboord in het gangetje moet nog wel een opening afgedicht worden. Destijds, bij het maken van het boeiboord, wisten we nog niet precies hoe de achtergevel zou lopen.

Toen we beter om het hoekje keken, zat er ook een spleet tussen de hoekstaander en de isolatie van de zijmuur. Die spleet hadden we zelf veroorzaakt toen we de hoekstaander op z’n plaats gingen zetten. Om te beginnen hebben we de opening afgedicht met een driehoekige lat, die we toevallig nog hadden liggen. Vogels kunnen er niet meer in, insecten wel.

Nu het vakwerk van de achtergevel zo goed als klaar is, komt de vulling aan de beurt. Omdat deze kant in weer en wind staat, worden de vakken gevuld met lichtgewicht Bimssteine, met daarop een lage grove Putz en dan Feinputz en verf.

no images were found

Rekening houdend met de dikte van de 2 Putz lagen en de dikte van de Bimssteine, komen er aanslaglatjes op het vakwerk, waar de Bimssteine tegenaan gezet kunnen worden (zodat ze meteen goed staan). Om dit makkelijker te kunnen doen, hebben we een malletje gemaakt, wat ook groot genoeg is als steun voor de tacker.

26 juni 2024 – nadat er 2 pennen van het type ‘Hollywood’ (= het lijkt echt maar is het niet) in het vakwerk van de achtergevel waren gezet en 3 gaten in de bovenligger gedicht waren met stukjes eikenhout, was het vakwerk qua hout echt af.

Om de vakken te kunnen vullen, zijn de resterende aanslaglatjes erin gezet, die de Bimssteine moeten tegenhouden. Dit karweitje is nu ook af en we hebben een voorzichtig begin gemaakt met Bimssteine. In enkele vakken hebben we stenen gezet op een streepje PU-lijm en we bekijken nog, of we de stenen gaan metselen (met mortel) of gaan lijmen.

Eerst afwachten of de stenen morgen goed vast zitten.

27 juni 2024 – de gelijmde Bimssteine in het vakwerk van de achtergevel zaten stevig vast; veel vaster dan ze met traskalkmortel en wat verankeringen zouden zitten. We hebben besloten om alle stenen te gaan lijmen, behalve een paar die we met een restje mortel hebben vastgezet.

Bij lijmen zit er nauwelijks een voeg tussen de stenen en dus, hoe beter ze op maat zijn, hoe beter het eindresultaat. Met een hamer en beitel een stuk van een steen af slaan gaat op zich wel, maar is – als wij als amateur dit doen – niet nauwkeurig en eigenlijk ongeschikt voor lijm.

Zagen zat er niet in, want we hebben geen zaag om stenen te zagen. We hebben het geprobeerd met een oude houtzaag, maar dat werd niks.

Slijpen was verreweg het meest nauwkeurige, maar ook verreweg het meest stoffige. Met diverse apparaten hebben we stenen geslepen, maar vanwege geen of een slechte stofafzuiging, was niets een echt succes. Omdat we nog een hoop stenen in verstek moeten zagen en t.z.t. ook vloertegels moeten zagen, gaan we op zoek naar een geschikte slijper MET stofafzuiging.

De stenen die we gezaagd hebben, zitten nu voor het merendeel in het vakwerk en zijn vastgelijmd met licht opschuimende PU-lijm (voor buiten). De her en der diverse deels gevulde vakken zien er wat chaotisch uit en dat komt doordat we restanten ook meteen gebruiken. Het materiaalverlies is hierdoor erg klein.

28 juni 2024 – buiten ging het werk goed en achtergevelontsierende stukjes ongeverfd vakwerkhout, zijn nu ook Ochsenblutrot. Dit geeft meteen een mooier beeld en nu de vulling nog. Ook wat balken kregen een kleurtje en bijna de helft van het hout van het vakwerk is nu gedaan. Vanaf het tuinterras hebben we een steeds mooier uitzicht.

2 juli 2024 – de spullen, om de Bimssteine voor de vulling van het vakwerk van de achtergevel op maat te slijpen, zijn er nog niet. Vooruitlopend op de levering gaan we een mal maken om de stenen straks snel en goed op maat te kunnen slijpen. Het gekozen materiaal (reststukken OSB-plaat) bleek vanwege de maatonvastheid niet echt handig en in het ontwerp zaten wat ondoordachtheden. Kortom, vooralsnog niet echt een succes.

3 juli 2024 – de gister gemaakte mal voor de Bimssteine van de achtergevel hebben we opzij gelegd en vervangen door een nieuwe mal. Deze is aanzienlijk simpeler en kan gebruikt worden om stenen in de breedte, lengte en schuin door te zagen. Jammer van de tijd die hier gisteren aan besteed is.

Bij de renovatie van de – vanuit de tuin gezien – linkerhoek van het vakwerk van de achtergevel zo’n 10 jaar geleden, moest er gekozen worden, om de hoekstaander en schoor gelijk te zetten met het toen net gerenoveerde rechtstaande vakwerk aan de zijkant, of het gelijk te zetten met het scheefstaande vakwerk van de achtergevel.

Er is toen gekozen voor het vakwerk aan de zijkant, met de gedacht dat het vakwerk van de achtergevel misschien ook gerenoveerd en recht gezet zou worden. Dit gaan we niet doen; het achtergevelvakwerk blijft authentiek scheef staan. De onderkant van de hoekstaander en schoor hebben we gelijk gezet met de onderbalk en dus staan ze mooi scheef, in lijn met de rest.

We denken dat de hoekstaander destijds ondersteboven is gezet, waardoor de 2 kleine regels links van de hoekstaander op de verkeerde hoogte zitten. Aanpassen is lastig, maar we hebben vandaag (eindelijk) de bovenste eruit gehaald. In een (mislukte) poging om enigszins te camoufleren dat deze regels niet goed zaten, was een andere regel wat scheef gezet.

Die regel hebben we losgemaakt en waterpas vastgezet.

Destijds had het balkje 1 echte tap en was aan de andere kant vastgemaakt met een stalen hoekje en schroeven. Bij het losschroeven bleek weer eens, dat je geen relatief nieuw eikenhout moet vastzetten met gewone verzinkte stalen schroeven. Deze worden aangetast en kunnen breken, iets wat bij de meeste schroeven dan ook gebeurde.

4 juli 2024 – de onderdelen voor het stofvrij slijpen van Bimssteine waren binnen en na het in elkaar zetten, gaf een kleine steenslijptest het gewenste resultaat: nagenoeg stofvrij, terwijl er voorheen een rookgordijn aan stof ontstond.

Met mal nummer 2 hebben we een aantal stenen in verstek doorgesneden. De maatvastheid is goed en de stenen paste prima. De mal is echter niet heel erg gebruiksvriendelijk en we hebben al wat ideeën voor aanpassingen.

Mal nummer 1 hebben we gebruikt om wat stenen in de breedte door te snijden en dat ging prima, met een nauwkeurigheid van ca. 1 mm, wat gezien de aard van de stenen ruim voldoende is. In diverse vakken zijn stenen bijgekomen; morgen gaan we verder en dan zetten we ze ook vast.

5 juli 2024 – na een uitstapje naar de Baumarkt stonden de Bimssteine van de achtergevel weer op het programma. We gaan mal 1 aanpassen, zodat die makkelijker werkt en minder stof doorlaat. .

Er lag nog een bijna compleet pak steenwol van 10 cm dik, die over was van een vorige klus. Omdat er genoeg ruimte tussen het vakwerk en de voorzetwand van de badkamer zat, zit daar nu een laag steenwol in en is het pak steenwol op.

Voordat de gevel gedicht wordt, moesten eerst de restanten van het witte zeil verwijderd worden. Dit zeil is er bijna op de dag af 3 jaar geleden op gezet als vervanger van het oerlelijke blauwe zeil, om een indruk te krijgen hoe de gevel met witte vakvulling er uit zou komen te zien.

In diverse vakken zijn er stenen bij gekomen, maar nog steeds geen vol vak. De laatste laag doen we pas als de rest vast zit, om te voorkomen dat er stenen naar achteren verschuiven waar je niet meer bij kan.

6 juli 2024 – op deze wat gebroken werkdag zijn we – na wat snoeiwerk in de tuin – bezig geweest met de achtergevel. “3 ma(a)l is scheepsrecht” en de derde steenslijpmal deed z’n werk goed. Er is nog een kleine aanpassing nodig om beter in verstek te kunnen slijpen, maar recht doorslijpen ging prima.

De nauwkeurigheid waarmee we nu stenen kunnen doorslijpen is ca. +/- 0,5 mm, wat genoeg is. De onderlinge maatverschillen van de Bimssteine zijn groter. In diverse vakken zijn er stenen bijgekomen en vastgelijmd en de vakken boven de ramen zijn nu helemaal gevuld. De rest van de vakken worden komende week gevuld.

8 juli 2024 – het was deels een gebroken werkdag, maar er kon toch het nodige geslepen en gevuld worden. De slijper kan een steen niet in 1 keer doorslijpen en die moet dus omgedraaid worden.

Bij recht slijpen kan de steen blijven liggen, maar bij de verstekstand hadden we er geen rekening mee gehouden dat de steen niet zondermeer omgedraaid kan worden en dat ook de hoek omgedraaid moet worden. Nadat draaipunt van plankje waar de steen op ligt iets verplaatst was, kon de hoek ook omgedraaid worden en deed de verstekstand van de doorslijpmal het prima.

We konden aan de slag. Aan het eind van de werkdag waren er 2 volle vakken bijgekomen en in de andere vakken was de vulling gegroeid. We denken nog een dagje nodig te hebben om alle vakken in dit deel te vullen en gaan dan verder met de linkerkant van de achtergevel.

9 juli 2024 – ideaal weer om aan het vakwerk te werken, waar we behalve het dagelijkse portie vakkenvullen, ook het eerste vak voorzien hebben van een laagje kalkstuc, nadat de Bimssteine flink natgemaakt waren. Deze eerste laag is de grove variant, met daarin (dieren) haren als een soort wapening.

De temperatuur was eigenlijk te ideaal, want het zou kunnen dat de maximale oppervlakte temperatuur van 25 graden overschreden is. In de schaduw liep de temperatuur in en rondom het vakwerk namelijk op tot bijna 30 graden. We doen daarom maar 1 vak en willen eerst zien of het goed gegaan is. Om te snel drogen te voorkomen hebben we er een stuk zeil voor gehangen.

Het vakkenvullen ging redelijk voorspoedig en op 1 vak na zijn alle vakken gevuld. Vooruitlopend op de laag Bimssteine die in het vakwerk van het terras komt, hebben we de bovenbalk ingesmeerd met anti-houtworm-en-andere-knagers-spul. Morgen komt hier de gebruikelijke impregneerolie overheen, dan de Halböl en tenslotte de ossenbloedrode lijnolieverf.

10 juli 2024 – het werk van gisteren aan het vakwerk van de achtergevel werd voortgezet. De kalkstuc van gister zag er ondanks de hoge temperatuur prima uit. We vertrouwen erop dat dit zo blijft en hebben nog 2 vakken gedaan. Hoewel dit de onderlaag is, ziet het een stuk beter uit dan de Bimssteine, die er op hun beurt al weer veel beter uitzagen dan het plastic en de steenwol.

De laatste Bimssteine aan de rechterkant gingen erin en daarna waren de vakken van het terras aan de beurt. Dit vakwerk blijft open, maar omdat de nieuwe vloer als gevolg van de dikkere balken hoger ligt dan de oude, komt er 1 laag steen in het vakwerk.

Hiervoor hebben we de aanslaglatjes in het vakwerk gezet en stenen gezaagd. Voordat de stenen erin gaan, wordt het vakwerk eerst afgewerkt met Halböl en geverfd. Hierbij zaten nog een paar stenen in verstek, zodat we de verstekoptie van de mal voor de laatste keer konden gebruiken.

11 juli 2024 – net als bij diverse andere vakwerkhuizen, staat bij ons de onderkant van het vakwerk van de achtergevel (bewust?) wat naar buiten. Bij neerslag worden de aansluitingen van de staanders op de onderbalk nat.

Iets wat je eigenlijk niet wilt, want het water loopt ook de verbinding in en tast het hout aan. Om dit te voorkomen wordt er wat hout weggehaald, waardoor het water aan de buitenkant over de balk weg zou moeten lopen.

Bij de renovatie van het dak en de achtergevel, hebben we boven het schuinstaande vakwerk een flinke overstek gemaakt, waardoor ook de onderkant van het vakwerk voor het merendeel droog blijft.

De aansluitingen worden nu als het goed is niet slechter, maar ook niet beter, tenzij ze opgeknapt worden, wat we gaan doen. Er zijn verschillende opties, waaronder houtvuller, waarmee we als proef een aansluiting behandeld hebben.

Aan de linkerkant van het vakwerk zit (inmiddels ‘zat’) een aanzicht verstorend balkje, omdat het niet op de juiste hoogte zat. Het balkje hadden we er eerder uitgehaald en nu zit er een nieuw balkje in, gemaakt van een oud stuk balk, wat op de juiste maat geschaafd en gezaagd is. De oude pengatverbinding was niet bruikbaar. Omdat het balkje weinig te houden heeft, wordt het vastgezet met 4 klosjes eikenhout, die worden vastgezet met PU-lijm. Vandaag hebben we er 2 gedaan, morgen de andere 2.

Aan dezelfde (= links) kant van het vakwerk zijn de verbindingen boven en onder met het vakwerk aan de zijkant slecht en eigenlijk niet meer aanwezig. Aan de onderkant is decennialang water in de verbinding gelopen, waardoor die aan de binnenkant helemaal vermolmd is.

Met de hand hebben we er stukken turfmolmachtig hout uitgehaald, totdat we op het harde eikenhout zaten. Het wordt nu zo vlak/recht mogelijk gemaakt en dan gaan er nieuwe stukken eikenhout in. Ook gaan we een stevige verbinding maken tussen de onderbalk en staander en de vloerbalken. Aan de rechterkant van het vakwerk hebben we dat ook gedaan.

13 juli 2024 – bij de renovatie van het vakwerk van de achtergevel jaren geleden, zijn diverse balken vervangen en hierbij zijn stalen hoekjes gebruikt om het stevig aan elkaar vast te maken. Deze hoekjes (met schroeven) passen eigenlijk niet in een oud vakwerk en dus gaan ze eruit.

Als alternatief gebruiken we eiken klossen die gelijmd worden met PU-lijm en – waar dat kan – schroeven, die van buiten af onzichtbaar worden vastgezet. Zo hebben we bijvoorbeeld een hoekje vervangen door 3 15 tot 20 cm lange schroeven, die in een oud tapgat zitten en door de staander heen in een regel geschroefd worden.

Bij een andere aansluiting van een staander met de onderbalk is het hoekje vervangen door lange schroeven die schuin in de staander zitten. Omdat de vakken op die plaats gevuld worden, zijn de schroeven onzichtbaar.

Ook stond er weer wat achtergevelstucwerk op het programma en wel de 2 kleinere vakken boven de ramen van badkamer2. Even was het de vraag of hiervoor een steiger nodig was, maar dat was niet zo. De vakken die al eerder gedaan zijn, worden steeds witter naarmate ze droger worden. Als ze droog zijn, dan kan de 2e laag grove stuc erop.

Aan de linkerkant zat ook nog een hardloopbalkje2; dat is er nu ook uit en een nieuw balkje is gemaakt uit een stuk oud eikenhout. We hebben het al op proef geplaats en de houten klossen op de staanders gelijmd. Het balkje is er weer uitgehaald en flink bestreken met antihoutknagersspul. Even wachten tot het droog is en dan kan dit balkje er ook weer in en dit keer op de juiste hoogte.

Als laatste hebben we vermolmd hout weggehaald bij het linker uiteinde van de bovenbalk. De bovenbalk moet net als aan de rechterkant verlengd worden om goed aan te sluiten op het vakwerk en boeiboord aan de zijkant.

23 juli 2023 – ’s middags begon het te regenen; er viel van alles, van motregen tot plensbui. Bij de plensbui, die richting de achtergevel viel, werd bijna het hele vakwerk, inclusief de gevulde en gestuukte vakken. Bij het (toekomstige) terras zou het zeker ingeregend zijn als er geen plastic voor zou zitten. Een goede waterwerende behandeling van het vakwerk en een waterdichte vloer zijn hier dus een vereiste.

In de droge periodes hebben we de bovenrand van de onderbalk ossenbloedrood ter plaatse van het terras geverfd. Na de 2e laag kan de laag Bimsstein erop.

hopelijk is het morgen beter weer, want er staat eigenlijk vooral buitenwerk aan de achtergevel op het programma. Voor sommige karweitjes is een steiger nodig en de resterende werktijd is besteed aan het maken van een steiger voor de hoek aan de linkerkant.

24 juli 2024 – het merendeel van de dag hebben we gewerkt aan de achtergevel. Aan de rechterkant is er weer een Bimsstein vak bedekt met een laag grove kalkstuuk. Aan de linkerkant hebben we eerst de 1e verdieping van de steiger afgemaakt en t.z.t. komt er nog een 2e verdieping op om goed bij de bovenkant van het vakwerk te kunnen.

Na een laagje impregneerolie kon het nieuwe 2e “hardloopbalkje” erop, wat nu wel op de juiste hoogte zit.

In de tuin liggen wat balken waarvan we nog geen keuze tussen bruikbaar of brandhout gemaakt hebben. Er lag ook een oud stuk onderbalk bij en daaruit hebben we een bruikbare plak van 28,5×12,5×6,5 cm gehaald om de onderbalk van het vakwerk te verlengen.

Toen we het stuk erin wilde zetten, realiseerden we ons weer, dat de hoek tussen het vakwerk van de achtergevel en zijgevel erg scheef is. Het vakwerk van de zijgevel staat redelijk loodrecht en dat van de achtergevel staat enorm scheef. Boven sluit het aardig aan, maar onder totaal niet.

Het verlengstukje van de onderbalk moest aangepast worden – waardoor helaas de oude houtoptiek verdween – en de rest hopen we te corrigeren met de Bimssteine en de Putz. 

Met blokjes hout hebben we het vakwerk van de achtergevel vastgezet aan een vloerbalk en een rot stuk van de onderbalk vervangen, waarmee de linker onderkant al aardig opschiet.

25 juli 2024 – in de achtergevel zitten nog een paar vakken met een letterlijk eeuwenoude vulling van leisteen. Die willen we behouden, maar de buitenkant is niet in een hele goede staat. Het stuuksel wat erop zit, is stoffig en zit los en overal zitten er gaten in. Om een redelijke ondergrond voor de kalkstuuk te krijgen, hebben we als proef de oude vulling van 1 van de vakken verbeterd (hopen we) met kalkmortel.

Morgen kunnen we zien of dat houdt en of de andere vakken ook zo behandeld kunnen worden.

In het vakwerk voor het terras komt 1 laag Bimssteine en het vakwerk heeft daar z’n 2e laag lijnolieverf gehad. Morgen kunnen de Bimssteine erin en kunnen we aan de balkjes boven de rij stenen beginnen. Aan de linkerkant zitten de aanslaglatjes voor de Bimssteine op hun plaats en is het hout geïmpregneerd. Hierna de Halböl en de verf en dan kunnen de stenen er hier ook in.

26 juli 2024 – intussen was het opgehouden met regenen en scheen de zon, zodat we weer buiten konden werken aan de achtergevel. Het hout aan de linkerkant zit in de Halböl; een olieachtige grondlaag voor de lijnolieverf en de rij Bimssteine voor het terras zit erin. Niet lang daarna regende het al weer en morgen weten we of alles droog genoeg was toen de regen begon.

30 juli 2024 – vandaag hebben we de hele dag binnen en buiten aan het terras en achtergevel gewerkt. Buiten is de rij Bimssteine voorzien van een lage grove kalkstuc, wat er dit keer op gaat voordat de balkjes erboven erop gaan.

De 2 onderste vakken aan de linkerkant en wat hout er omheen is in de Halböl gezet en deels ook in de lijnolieverf. We kunnen nu de Bimssteine gaan zagen; iets wat door het dubbele verstek en de aansluiting met de muur erachter een aardige uitdaging wordt.

31 juli 2024 – het laatste rijtje Bimssteine kreeg een laagje grove stuuk, evenals het leisteenvak onder het badkamerraam. Van 2 andere leisteenvakken zijn de grootste gaten gevuld, als voorbereiding op de verder afwerking. Aan de linkerkant zijn delen van het hout geïmpregneerd en in de Halböl gezet, om later afgewerkt te worden met ossenbloedrode lijnolieverf.

1 augustus 2024 – om makkelijker te kunnen werken, hebben we de steiger groter gemaakt. De vakken die nu nog gevuld moeten zijn geen standaard vakken; aan de rechterkant zijn het vakken met leisteenvulling die gefatsoeneerd moeten worden en aan de linkerkant zijn er de 3 dubbele scheve vakken waarin Bimssteine moeten komen.

2 augustus 2024 – vandaag stonden er 2 klusjes aan de achtergevel op het programma. De eerste vakken kregen een laagje fijne kalkstuc; de laatste stuclaag voordat de verf erop kan. Deze fijne kalkstuc werkte echter niet echt fijn en het was even proberen totdat we het gewenste eindresultaat hadden.

Aan de linkerkant hebben we het middelste vak gevuld met Bimssteine, waarbij ook de spleet aan de linkerkant van de buitenmuur van het terras gedicht is. Dit was een hele puzzel met veel stenen in verstek. Ook hebben we een paar stenen in het bovenste en onderste linker vak gelijmd, als een soort fundatie voor de stenen die nog komen.

Veel makkelijker was het vullen met Bimssteine van het redelijk rechte vak, waar de ladder in staat. Alle stenen zijn hiervoor gezaagd en de meeste zijn gelijmd.

3 augustus 2024 – met grove stuc is weer een vak voorbehandeld, maar belangrijker is, dat het 4e vak aan de rechterkant een laag (witte) Feinputz kreeg en het vullen hiermee af is. Er moet nog wel verf op en dat wordt silicaatverf, maar zelfs zonder die verf zien de vakken er prima uit.

Het vakwerk aan de zijkant en aan de achterkant staan enorm scheef ten opzichte van elkaar, waardoor het vak linksonder het lastigste vak is om te vullen. De stenen moeten er ook scheef in en dus kun je er niet veel tegelijk lijmen. Er zitten er nu wat in en volgende keer weer wat.

Het vak waar de rechtse ladder tegenaan staat, is een vrij rechthoekig vak (op een schuin aflopende bovenbalk na), wat veel makkelijker te vullen is met Bimssteine. Na een extra isolatie van 8 cm steenwol, is ook dit vak gevuld en klaar om gestuukt te worden met grove stuc.

7 augustus 2024 – aan de linkerkant gaan we van boven naar beneden werken en dus moest de steiger verhoogd worden. We kunnen nu goed bij het bovenste scheve vak en bij de hoek erboven. Het hout rondom het bovenste vak is geïmpregneerd en met een balkje en een stuk douglas boeiboord aangesloten op het vakwerk van de zijgevel.

Aan de rechterkant van het achtergevelvakwerk zit er op alle vakken grove kalkstuc, maar op sommige vakken moet nog een extra laag, zodat de afwerklaag ongeveer gelijk uitkomt met de voorkant van de balken. Daarna was het tijd voor Kalkfeinputz; we hebben 2 hele vakken gedaan en een stuk van een 3e vak.

Morgen de rest en dan zijn we een heel eind met de Bimssteinvakken en zijn de oude leisteenvakken aan de beurt.

7 augustus 2024 – verreweg het grootste deel van de dag was het droog en kon er aan de achtergevel gewerkt worden. Het vak wat aan beurt was voor een laagje fijne kalkstuc (Feinputz), was, evenals het vak erboven, een lastiger vak. De hoekstaander is daar niet recht/vlak, omdat er het nodige hout weggehakt is wat vermolmd was en bewoond werd door een kolonie houtknagers.

Aan de linkerkant zitten er aanslaglatjes voor de Bimssteine in het bovenste vak en is het hout rondom dat vak in de Halböl gezet. Halböl de grondlaag voor de lijnolieverf die er als laatste op komt.

Bij het bovenste scheve vak zat een uitsteeksel van de bovenbalk van het zijvakwerk. Deze “voetjes” zaten ook onder de staanders aan de zijkant en die hadden we er al jaren geleden afgezaagd. Vandaag besloten we ook om deze eraf te zagen; op zich nog een aardig klusje om een eiken balk van ca. 14 bij 14 cm met de hand door te zagen op een lastig bereikbare plek.

In het onderste scheve vak – wat het scheefst is – is 1 laag Bimssteine bij gekomen. Omdat de onderste rijen stenen scheef gezet worden met flinters Schiefer (resten leisteen van het dak), kun je niet teveel stenen tegelijk doen en moet je wachten tot de lijm droog is.

8 augustus 2024 – een flink stuk vakwerk aan de linkerkant is nu ossenbloedrood en dat ziet er meteen anders uit. Ook in en rondom het vakwerkvak links boven zit nu lijnolieverf en als die droog is, dan kunnen de Bimssteine erin.

In het erg scheve vak linksonder hebben we de nodige Bimssteine gezet. In plaats van bij elke laag te wachten, zetten we de stenen klem met stukjes leisteen, zodat er meer lagen na elkaar op kunnen. Dat lijkt te lukken en het vak is nu gevuld. Morgen nog wat uitstekende stukken weghakken.

Aan de rechterkant zijn de vakken onder de ramen voorzien van Feinputz. Door wat meer grove stuc op het rechter (Bimsstein) vak te doen, heeft het nagenoeg hetzelfde uiterlijk als het linker (oude leisteen) vak. Nu nog het vak rechtsboven en de 3 oude leisteen vakken en de rechterkant is klaar.

9 augustus 2024 – door het ontbreken van een goede steiger, is het grote vak rechtsboven een lastig vak om te stuken, want je staat op een trap. Dit vak is vandaag gedaan, evenals een stuk van een leisteenvak.

De laatste Bimssteine in de achtergevel gaan in het vak linksboven, wat minder scheef is als de 2 vakken eronder. De stenen zijn gezaagd, de onderste laag is gelijmd en morgen gaan we de rest lijmen. Van het onderste en meest scheve vak zijn de scherpe kanten van de uitstekende stenen eraf geslagen, zodat het stuken ietsje makkelijker zou moeten gaan.

10 augustus 2024 –  de gister gezaagde Bimssteine voor het vak linksboven zitten nu vast met PU-lijm, waarmee we klaar zijn met het vakkenvullen met Bimssteine en ons nu kunnen storten op de afwerking.

28 augustus 2024 – de linkerkant van het vakwerk van de achtergevel, gaan we afwerken van boven naar onder. Als eerste zijn de 2 ontbrekende pennen erin gezet en is een oud tapgat opgevuld met een rond stuk eikenhout.

Daarna was het bovenste vakwerkvak aan de beurt en kregen de Bimssteine een laag grove kalkstuc. Door zo’n laag stuc, ziet het vak er meteen al stukken beter uit. Nu we toch bezig waren, hebben we ook het vak eronder gestuukt. Door de scheve constructie zijn het geen makkelijk vakken om te vullen en dat is nog erger bij het onderste vak.

Binnen hebben we eerst de rommel van het afvoerwerk en het Bimssteine zagen opgeruimd en daarna konden we ook hier “echt” aan de slag. Een karweitje wat al een tijdje lag te wachten, was het uitbreiden van het aantal stopcontacten op de werktafel. Dit is nu dus gedaan.

29 augustus 2024 – profiterend van het mooie weer, zijn we ’s ochtends meteen begonnen met het afwerken van de rechterkant van het achtergevelvakwerk. De vraag is: “Wat verf je het eerst; het hout met ossenbloedrode lijnolieverf, of de vakvulling met witte silicaatverf ?“ Besloten is, om eerst het hout te doen, maar we weten (nog) niet of dit een verstandige keuze is.

Meer naar het midden is het laatste hout van het vakwerk in de Halböl gezet en al het hout kan nu in principe geverfd worden met rode lijnolieverf.

31 augustus 2024 – de eerste zes vakken van het vakwerk van de achtergevel zijn af en dit keer helemaal af! De laatste handeling was wat nieuws, de vakken verven met witte silicaatverf. We hebben hier gekozen voor silicaatverf, omdat het diverse – voor onze toepassing – gunstige eigenschappen heeft, zoals: hoog dekkend vermogen, goede slijtvastheid, weer, UV en ozonbestendig, zeer ademend, zeer goed hechtend op minerale en steenachtige ondergronden en zeer kleurvast (witheid >98% en geen geelheid index).

Qua dikte lijkt silicaatverf wat op structuurverf, maar dan zonder structuur en er is geen specifieke voorbehandeling nodig. Het verven ging prima, al was het kleurverschil met de eveneens witte Kalkfeinputz nauwelijks te zien. We zijn benieuwd hoe de verf zich de komende jaren houdt.

Van het achtergevelvakwerk ontbreken de balkjes nog, die op de enkele rij Bimssteine komen. Die balkjes, waarin allerlei soorten verstek zitten, willen we maken van oud eikenhout. De eerste hebben we vandaag gemaakt en met de tweede is een begin gemaakt.

2 september 2024 – het weer begon goed en daarom zijn we meteen begonnen met de Kalkfeinputz op de 2 vakken linksboven in het vakwerk van de achtergevel. Aanvankelijk hadden we dit met plastic afgedicht tegen de zon, maar later ook tegen eventuele regen. Het weer zag er inmiddels zo dreigend uit, dat we buiten niet zijn gaan verven, maar uiteindelijk viel er geen druppel. 

De regels die op de enkele laag Bimssteine komen, gaan we maken uit stukken oud hout. De stukken die we nu wilde gebruiken, waren een stuk breder en hoger, zodat er het nodige afgezaagd en -gefreesd moest worden. Daarna konden ze op lengte gezaagd worden. De ene is net iets tekort en daar hebben we een taps stukje aan gezet.

Het grootste balkje komt links, in het vak met de schoor. Er is een balkje dat net lang genoeg is, maar daarin zit wel een tapgat dat gevuld met worden met een blokje hout.

3 september 2024 – door de kans op regen, die niet viel, hebben we gisteren niet geverfd, maar vandaag wel. Een flink deel van het vakwerk aan de linkerkant is nu Ochsenblutrot. Dit ziet er meteen anders en beter uit, temeer, omdat dit hout voorheen niet geverfd was. Aan de rechterkant zit er nu silicaatverf op de vakken boven de ramen, waarmee er weer 2 vakken en het hout er omheen af zijn.

Het verlengde terrasbalkje kwam goed uit de lijmklemmen en nadat het geschuurd was, bleek het prima te passen. Het kan nu verder afgewerkt worden en erop gezet worden als de Feinputz op het minivakje komt. Een 2e balkje, in het linker vak met de schoor, past ook redelijk, al moet hier nog een stuk tapgat opgevuld worden met een blokje hout.

5 september 2024 – wat gister op de planning stond, is vandaag gedaan, de vakken linksboven afwerken met silicaatverf en een flink stuk van het vakwerk de kenmerkende rode kleur geven. Linksboven is de achtergevel af en dus kon de steiger weer een verdieping omlaag voor de onderkant van het vakwerk. Daar zit – vanwege de zon achter plastic – het in diverse opzichten lastigste vak; lastig om de Bimssteine erin te krijgen, lastig om de grove kalkstuc erop te doen (wat vandaag gedaan is!) en zo goed als zeker ook lastig om er Kalkfeinputz op te doen.

Het lijmen van het vulstuk van terrasbalkje 3 was gelukt. De richting van de nerf komt weliswaar niet overeen met die van het balkje, maar uiteindelijk zie je alleen een stukje aan de bovenkant, wat dan ook nog rood geverfd is.

6 september 2024 – bij de achtergevel verplaatst het werk zich naar rechts en daarvoor moest de steiger behoorlijk aangepast worden. Daar waar die links verlaagd werd, moet die rechts omhoog, om bij de bovenste vakken te kunnen. Voor we rechts aan het werk gaan, hebben we – staande op de ladders – eerst in het midden het nodige hout geïmpregneerd en in de Halböl gezet. Omdat hier geen vakken gevuld hoeven te worden, komen we een heel eind zonder steiger. 

6 september 2024 – het lastigste vak kreeg een laag Kalkfeinputz en omdat er wat over was, kregen 2 kleine vakken van het terras ook een laagje. De bovenbalkjes moeten hier nog op en de tijd zal leren of de gekozen werkvolgorde een handige was. Op hout wat gister geïmpregneerd is, zit nu een laagje Halböl en hout van het middendeel dat gister in de Halböl (soort grondverf voor lijnolie) was gezet, kreeg vandaag een laagje rode verf.

Een steeds groter deel van het vakwerk heeft de kenmerkende kleur ossenbloedrood.

Er moeten nog 2 grotere terrasbalkjes gemaakt worden en 1 kleinere. Een oud stuk vloerbalk is gezaagd en geschaafd op de juiste breedte en hoogte en moet alleen nog – met 2x verstek- op lengte gezaagd worden. Da’s iets voor volgende week.

singlepic id=9463 h=90 float=right]9 september 2024 – tussen de buien door kon er buiten aan het vakwerk gewerkt worden. Een deel (groter dan op de foto) is ossenbloedrood geverfd en het lastigste vak linksonder heeft nu de laatste laag, de silicaatverf, gekregen en is daarmee ook af. Het 4e terrasbalkje is op lengte gezaagd, met beide uiteinde in verstek. Er moet nog een bobbeltje van een staander afgebeiteld worden en dan kan het balkje erin.

Het 5e en laatste langere balkje wordt gemaakt van een stuk oude vloerbalk, wat we vandaag op de juiste breedte en hoogte geschaafd en gezaagd hebben. Morgen de lengte.

10 september 2024 – ’s ochtends viel de voorspelde regen niet en na het ombouwen van de steiger, kon er rechts van het midden aan de 6 laatste grotere vakken gewerkt worden. Het lastigste vak van dit deel zit linksboven; dit vak heeft de originele leisteenvulling, waarvan een deel is weg gehaald voor een nieuwe balk.

De eerste handeling is het van buitenaf vullen van de grotere gaten, met stukjes leisteen en kalkmortel en voor zover mogelijk het oppervlak van de vulling wat egaliseren. Het vak ernaast is het laatste vak waarvan de Bimssteine nog zichtbaar zijn. Ook deze stenen verdwenen vandaag onder een laag grove kalkstuc, als ondergrond voor de afwerking met Kalkfeinputz.

Wat naar onderen is het laatste terrasbalkje op maat gezaagd. Dit duurde wat langer, want de uiteinden hadden een dubbel verstek. Het formaat 12,6 x 10,4 cm is ietsje te groot om in 1 keer door te zagen met de afkortzaag en het laatste stukje is met de handzaag gedaan.

Hierna kwam het laatste stukje tussen de staander en de schoor. De onderkant van dit stukje is maar 7,5 cm en voor de rest zijn bijna alle kanten in dubbel verstek, waardoor ook dit stukje deels met de hand gemaakt is. Alle balkjes zijn af en geïmpregneerd.

De eiken-gat-vul-pin in de vensterbank en de vastgelijmde splinter zijn geschuurd en daarmee is de vensterbank af. Er zit ook al een laag impregneerolie op en als die droog is, dan kan die erin, waarbij we meteen nog wat steenwol tussen het vakwerk en de voorzetwand doen.

11 september 2024 – op de terrasbalkjes zit nu Halböl en na de 1e laag Ochsenblutrot kunnen ze in het vakwerk gezet worden.

Van de muur van het terras zijn weer de nodige stenen onder de stuclaag verdwenen. Als de hele muur gedaan is, kijken we of er nog een tweede laag op moet. Waarschijnlijk wel, om de stenen erachter nog onzichtbaarder te maken.

Tussen de buien door is er buiten gewerkt aan details van het vakwerk van de achtergevel. Hier en daar ontbreken houten pennen en daarvan hebben we er de nodige ingezet, zowel vakwerkpennen als ronde pennen om oude gaten te dichten. Een ander optisch karweitje rondom het vakwerk was het afzagen van een te ver uitstekend stuk balk van het vakwerk van de zijkant.

Dit kon alleen met een handzaag worden gedaan en het duurde even voordat er een stukje van de eiken balk van 12 bij 12 cm was afgezaagd.

De grote balk, die vroeger de vloerbalken droeg en die over het terras verder het huis inloopt, steekt door het vakwerk van de achtergevel heen naar buiten. Gedurende vele tientallen jaren, werd het uiteinde nat en uiteindelijk kan zelfs eikenhout hier niet tegen. Een deel van het uiteinde is al lang verdwenen en een deel is rot en vermolmd. Dit slechte “hout” gaat eraf en dan kijken we hoe we dit gaan opknappen.

11 september 2024 – gelukkig begon de werkdag droog (maar wel fris), waardoor een blokje vulhout in de naar buiten uitstekende eiken balk gelijmd kon worden. Het vermolmde hout dieper in de balk hebben we ook zoveel mogelijk weggehaald en opgevuld met een rond stuk eiken en resten van vakwerkpennen.

Binnen hebben de vakwerkbalkjes een laag rode lijnolieverf gekregen. Omdat het koeler is, zal het even duren voordat deze olieachtige verf droog is en de balkjes erin kunnen. Wat sneller droogt is de beits, waarmee de vensterbank iets donkerde gemaakt is.

26 september 2024 – afgaande op de voorspelling van Buienradar, besloten we om voor de regen toch maar een emmertje grove kalkstuc op het vakwerk te doen. Er moeten nog 6 vakken gedaan worden en daarvan hebben we nu het lastigste vak gedaan. De gaten zijn hier erg diep, waardoor het in 2 fasen moet.

27 september 2024 – onverwacht werd het weer ’s middags beter. Het was een gok om aan het vakwerk van de achtergevel te gaan werken, maar het pakte goed uit en er kon een vak gestuukt worden. Het afdekken met plastic had zin, want niet lang erna begon het weer te regenen.

2 oktober 2024 – De weersvoorspelling bleek (gelukkig) niet te kloppen; de dag begon droog, zonder wind en met zon, zodat besloten werd om toch maar buiten aan het vakwerk te gaan werken, hoewel het met ca. 11-12 graden niet echt warm was. Als eerste ging er een emmer grove kalkstuc op, gevolgd door een emmer fijne kalkstuc. Het is afwachten hoelang het duurt voordat het stucwerk droog.

3 oktober 2024 – de vraag was, zou het stucwerk binnen en buiten droog genoeg zijn om ermee verder te gaan? Het was niet overal droog genoeg om verder te gaan; binnen hebben we een verwarming in badkamer2 gezet en buiten is het afwachten totdat het droog is.

Hoelang dit gaat duren weten we niet, dus hebben we de steiger bij de achtergevel een verdieping lager gezet, om aan de onderste 2 vakken te kunnen werken. Ook is een plank van de varkensstalsteiger af, zodat we bij de onderbalk van het vakwerk kunnen.

Het laatste stuk onderbalk wat nog gedaan moet worden, heeft behoorlijk geleden onder de tand des tijds. De slechtste stukken zijn weggehakt en als het droog is, wordt het verder afgewerkt en mogelijk wordt er op termijn wat hout vervangen.

Er vielen niet meer dan een paar regendruppels tijdens het aanbrengen van 2 emmers grove kalkstuc en er hoeft nog maar een half vak gedaan worden voordat alle grove stuc erop zit.

4 oktober 2024 – de werkdag begon droog, zodat de laatste grove kalkstuc op het vakwerk gedaan kon worden. Daarna kon de steiger weer omgebouwd worden, om boven verder te gaan met de fijne kalkstuc, want het was nog steeds goed weer. Er is weer een groot vak af en het restje wat over was, was genoeg voor 2 kleine terrasvakjes.

5 oktober 2024 – de grove stuc van de vakwerkvulling was droog en de fijne stuc kon erop. Daar waar al fijne stuc op zat, was die ook droog en kon de witte silicaatverf erop. Ter plaatse van het terras zitten lage vakken en daar hebben we vandaag de bovenbalkjes op gedaan, waarbij gekozen is, om deze te lijmen met licht opschuimen de PU-lijm. 

De dikke dwarsbalken waarop voorheen de vloerbalken lagen, steken door de muur heen naar buiten, waaronder deze balk die door de Scheune loopt. Waarom dit zo gedaan werd, weten we (nog) niet, maar alle uiteinden zijn erg aangetast door de tand des tijds en die van houtknagers. We gaan ze opknappen, maar moeten nog kijken hoe precies.

9 oktober 2024 – de ramenmannetjes kwamen de 2 badkamerramen installeren. Ook dit keer was het scheefstaande vakwerk weer van behoorlijke invloed op het werk. Het was niet mogelijk om het kozijn (verticaal) binnen het hout van het vakwerk te monteren en het steekt dus aan de onderkant wat over. We gaan nu kijken hoe we dit het beste kunnen aftimmeren.

11 oktober 2024 – dankzij het snoeiwerk hebben we een beter zicht op de achtergevel. De complete gevel zien gaat niet vanwege de knotvlier die er permanent voor staat en ook de steigers en ladders zorgen voor een minder uitzicht, maar je krijgt wel een goed idee hoe het allemaal moet gaan worden.

12 oktober 2024 – voor de nieuwe ramen moeten aan de buitenkant vensterbanken gemaakt worden en die worden waarschijnlijk van schuin aflopend eikenhout in dezelfde kleur als het vakwerk. Omdat alles nu nat is, gaat het nog wel even duren. Als noodvensterbank hebben we er stukjes geplastificeerd hardboord opgezet, dat het houdt het wel even uit.

22 oktober 2024 – er was geen regen voorspeld, maar het weer was onverwacht zo mooi, dat er zelfs buiten gewerkt kon worden. Van de achtergevel is er weer een vakvulling afgewerkt met witte silicaatverf en wat vakwerkhout heeft een laagje ossenbloedrode lijnolieverf gekregen.

23 oktober 2o24 – ’s middags was het “warm” genoeg om buiten te verven; witte silicaatverf op de vakwerkvulling en ossenbloedrood op het hout. Het werk begon hoog en na het aanpassen van de steiger waren vakken aan de onderkant aan de beurt, deze kregen een laagje fijne kalkstuc. Er was genoeg om ook de vakjes van het terras af te werken en we zijn nu klaar met de fijne kalkstuc van de achtergevel!

23 oktober 2o24 – net als gisteren was het ’s middags dermate “warm”, dat er op de steiger aan het vakwerk van de achtergevel gewerkt kon worden, waarbij er er rode lijnolieverf op het vakwerkhout werd gedaan.

25 oktober 2024 – ook vandaag kon er aan de achtergevel gewerkt worden, het resterende deel van de onderbalk is geïmpregneerd en in de Halböl gezet. Na het verschuiven van de steigerplanken kon er geverfd worden met silicaat- en lijnolieverf.

25 oktober 2024 – zodra de ochtendkou uit de lucht was, hebben we ossenbloederode lijnolieverf op het vakwerk van de achtergevel gedaan. De laatste balk die dit jaar gedaan moest worden, was de onderbalk.

Volgend jaar is de binnenkant van dit vakwerk voor het terras aan de beurt, maar voordat we daar kunnen werken moest eerst het plastic weg. Het plastic kan pas weg als binnen alles dicht is, want anders kruipt en vliegt er van alles naar binnen.

30 oktober 2024 – de foto die we gister niet gemaakt hebben, is vandaag gemaakt. De buitenkant van het achtergevelvakwerk is zo goed als af. Als het weer warmer weer is, staan de 2 balkkoppen nog op het programma en dan is de leisteenmuur van de begane grond aan de beurt. Het is een heel verschil met de gevel van 2012 en da’s maar goed ook, want we hebben hier de nodige uren aan gewerkt.

13 november 2024 – gisteren hebben we de laatste tuinbeelden naar binnen gehaald en in hun winterstalling gezet en vandaag is een deel van de steiger aan de beurt. Het buitenwerk aan de achtergevel zit er op voor dit jaar, want voor veel materialen zitten we onder de minimale verwerkingstemperatuur.

Eigenlijk hebben we binnen (nog) geen goede plek om de ladders en steigerplanken neer te leggen, maar we moesten ze toch ergens kwijt. Ze liggen nu ergens waar ze de komende tijd hopelijk niet in de weg liggen.

2025

Omdat de knotvlier (rechts) in het begin van het jaar nog niet zo groot is en omdat de zon erop schijnt, kunnen we een fatsoenlijke foto van de achtergevel maken. Ons werk van vorig jaar lijkt bestand te zijn tegen het winterse weer en dus gaan we dit jaar vol goede moed verder met de achtergevel, in de hoop dit we karwei aan het eind van dit jaar af kunnen vinken. We gaan het zien…

25 juni 2025 – we gaan kijken, of bijna waterdunne epoxyhars te gebruiken is om oude balken te repareren. Het spul ligt hier al een tijdje en hopelijk is het niet over de datum. Het spul is van zichzelf transparant en door het toevoegen van kleurmiddel zou het ossenbloedroodachtig moeten worden.

Het idee is, om hiermee de verbindingen in het vakwerk van het terras te herstellen en af te dichten en als test gaan we een oude balk die uit de achtergevel steekt repareren.

Nadat de planken op de steiger lagen en de ladder erbij stond, is de eerste laag epoxy erin gedaan. Niet te veel, want we weten niet of er gaten of spleten in de balk zitten, waardoor de epoxy eruit kan lopen. Morgen komt er nog meer in en om het emmertje leeg te maken, zijn wat gaten in een oude balk gedicht. Morgen kijken wat het geworden is.

23 juli 2025 – op de grens van binnen en buiten werd ook met epoxy gewerkt. We willen kijken of we de oude pen-gatverbindingen van het vakwerk van de achtergevel kunnen vullen met epoxy. Voorheen waren deze verbindingen afgedicht door de gevulde vakken van het vakwerk, maar bij een open vakwerk kan het regenwater zo de verbinding in lopen. Kan het er niet uit, dan gaat het hout van binnenuit rotten.

Met ducttape hadden we de kieren aan de zijkant en onderkant afgeplakt (dachten we) en met een kleine trechter ging er een testhoeveelheid (150 gram) epoxy in. Even leek het goed te gaan, maar toen kwamen er bij een paar diepe nerven wat spoortjes epoxy naar beneden. Een stukje ducttape erbij hielp niet en dus moeten we het de volgende keer anders aanpakken. Morgen gaat er weer wat in, maar pas als er de nodige ducttape bijgeplakt is.

24 juli 2025 – nadat er nog wat ducttape bijgeplakt was, is er eerst 200 gram epoxy in de testverbinding van het vakwerk gegoten en daarna nog een keer 150. Ook nu was de ducttape-afdichting niet vloeistofdicht, wat komt doordat het oude hout verre van vlak is.

25 juli 2025 – de laatste 150 gram epoxy (totaal 650 gram) ging in de testverbinding van het vakwerk. De verbinding en de spleten lijken nu helemaal vol met epoxy te zitten. Ook hebben we ook nog 150 gram epoxy in een uitstekende balkkop in de achtergevel gegoten. Deze grote eiken balk is van binnen deels hol en die vullen we met stukjes eikenhout en epoxy. Er moet nog meer in, misschien doen we dat morgen.

26 juli 2025 – in het gat in de grote balk die uit de achtergevel steekt, hebben we 225 gram epoxy gegoten en nu zien we het niveau (eindelijk). Er moet nog wat meer bij en als gat grotendeels dicht is, moet er nog een blokje hout op, wat weggerot is, om de balk completer te maken.

Iets naar onder, in het terrasvakwerk, ging het “ducttapeverband” van de verbinding af. De openingen tussen de regels en de staander zijn goed volgelopen met epoxy, maar het was een heel gedoe om de ducttape eraf te krijgen, want de epoxy was op sommige plaatsen tussen de lagen ducttape gelopen.

Hiermee waren we er niet, want door lekkages zat er ook epoxy op ongewenste plekken, waardoor het er wat plasticachtig uitziet. Na wat schuren krabben kon het hout geïmpregneerd worden. Hierna komt de Halböl en als laatste 1 of 2 lagen lijnolieverf in de kleur ossenbloedrood.

Als dat allemaal gedaan is, kunnen we zien of we andere verbindingen in dit vakwerk op dezelfde manier gaan doen. We gaan er sowieso nog 1 doen, waarbij we de kieren afdichten met houtkit i.p.v. ducttape.

28 juli 2025 – tussen de buien door zijn stukken balk rondom de met epoxy gedichte verbinding in de Halböl gezet. Deze verdunde lijnolie is de grondlaag voor de lijnolieverf die er als laatste op komt.

6 augustus 2025 – ook aan de achtergevel werd met epoxy gewerkt. In de 2e verbinding is 310 gram epoxy gegoten. Dit keer hadden we houtkit als afdichting gebruik i.p.v. ducttape, maar we waren iets te enthousiast (= ongeduldig) en de kit was onvoldoende hard, of het zat er niet goed op, waardoor er alsnog wat stukken ducttape op moesten.

Bij de 3e verbinding hebben we het anders gedaan: eerst de spleten opgevuld met strookjes eikenhout en daarna houtkit erop met een beter plamuurmes. Dit keer wachten we tot de kit hard is en morgen gaat de epoxy er pas in.

In het gat van de grote balkkop die uit de gevel steekt hebben we nog een keer 150 gram epoxy gedaan. Het lijkt een bodemloze put en daarom is er eerst het nodige zaagsel van eikenhout ingegaan.

7 augustus 2025 – de proef met epoxy in het vakwerk van de achtergevel is van 1 “kruisverbinding” uitgebreid naar 4. In verbinding 2 en 3 is de nodige epoxy gegoten en dat gaat steeds beter. In 3 zat een lekje, maar dat was zo klein, dat er geen ducttape nodig was. Morgen staat de 4e op het programma en die moet dicht zijn.

8 augustus 2025 – in de 4 testverbindingen van de achtergevel is vandaag weer 310 gram epoxy verdwenen. Al met al gaat er behoorlijk wat epoxy in. De 3 kilo die we hadden is bijna op en er zijn nog de nodige verbindingen te gaan.

9 augustus 2025 – bij gebrek aan epoxy ligt het werk aan het vakwerk van de achtergevel tijdelijk stil en daarom hebben we het vakwerk weer dichtgemaakt. 

21 augustus 2025 – nadat gister de plafondplaat erop gezet was, dachten we vandaag het deel vakwerk van het terras te kunnen schuren waarvan de verbindingen volgegoten waren met epoxy. Dat ging helaas niet, want we hadden niet in de gaten gehad, dat de vorige epoxy helemaal in de laatste 2 verbindingen gelopen was. Er moest dus weer epoxy in en zelfs na bijna 300 gram zakte het niveau na een tijdje weer. Morgen moet er dus nog meer in. De 2 verbindingen die wel goed waren, zijn geschuurd en klaar om afgewerkt te worden.

22 augustus 2025 – de epoxy die we in de vakwerkverbindingen gieten lijkt in een bodemloze put te verdwijnen. Vandaag is er weer 250 gram ingegaan en de totaalteller staat al op een paar kilo/liter. Het niveau komt elke keer iets hoger te staan, maar vol lijkt het nog niet.

26 augustus 2025 – nadat het badkamer2meubelblad afgedekt was tegen stof, zijn we de 4 kruizen, oftewel de epoxyverbindingen van het vakwerk van de achtergevel gaan fatsoeneren. Overtollige klodders epoxy en houtkit en resten ducttape zijn er nu af, evenals de nodige splinters. De overgebleven openingen hebben we dichten met stukjes hout en houtkit. Morgen schuren en dan verder afwerken, zodat we kunnen beslissen of we de rest op dezelfde manier gaan doen.

27 augustus 2025 – de ongewenste gaten en spleten van de 4 ‘kruizen’ van het vakwerk van de achtergevel, die zijn gevuld met houtkit, zijn geschuurd en daarna is het ongeverfde deel van het vakwerk eromheen behandeld met antihoutwormspul. Toen dat droog was, ging de Halböl erop, dat is de grondlaag voor de lijnolieverf, die er morgen op gaat, als het niet regent.

Het eindstuk van de grote oude balk, wat door het vakwerk van de achtergevel gaat en daardoor in de loop der eeuwen wat rottingsverschijnselen vertoont is ook verder aangepakt. Van een oud stuk balk hebben we een klos (bonk) gemaakt, die het verdwenen stuk balk moet vervangen. Op het laatste moment hebben we nog wat slechte stukken weggehaald, waardoor de klos nu wat verder doorloopt.

De klos is gelijmd met opschuimende PU-lijm en als die droog is, moet er bovenop nog wat gevuld worden, daarna schuren en afwerken.

28 augustus 2025 – net voor de regen begon, konden we de buitenkant van de 4 kruizen van het achtergevelvakwerk nog verven. De regen stond op de achtergevel en doordat het plastic er weer tegenaan moest, kon er binnen nog niet geverfd worden. Omdat het (ons) opvalt dat hier en daar de uiteinden van de vakwerkpennen ontbreken, overwegen we om die erin te zetten; de oude wegboren en dan een nieuwe erin.

Het lijmen van het blok op de uitstekende balk was ook gelukt en nu moet er nog wat nieuw hout naast dit blok in. De kwaliteit van de oude balk is erg wisselend; van poederachtig tot keihard eikenhout en dat vlak naast elkaar. Afmaken lukte vandaag niet vanwege de regen.

29 augustus 2025 – voor de regen kon er buiten aan de achtergevel gewerkt worden. Aan de binnenkant is het stuk rondom de 4 ‘kruizen’ Ochsenblutrot geverfd. Zoals de naam aangeeft, werd deze lijnolieverf vroeger gekleurd met ossenbloed. Het ziet er meteen een stuk beter uit en motiveert om de rest ook te doen.

Iets hoger, op de steiger, zijn de ontbrekende stukjes voor de uitstekende balkkop gemaakt. Er zit overal kopshout in het zicht, al lopen niet alle nerven zoals ze liepen toen de balk nieuw was. Dit is niet erg, want het zit op ca. 5 meter hoogte en ook dit hout wordt t.z.t. ossenbloedrood.

30 augustus 2025 – na het weghalen van de lijmklemmen konden we de uitstekende balkkop goed bekijken, om te constateren, dat die er wat rommelig uitziet door de verschillende stukken hout die eraan geplakt zijn. Het weer was te slecht om te schuren, dus dat komt nog.

4 september 2025 – het was droog, er stonden geen stofhappende auto’s van omwonenden, maar wel wat wind en dus ideale omstandigheden om de balkkop te schuren en de grootste gaten en spleten te dichten met houtkit. Morgen nog een beetje schuren en dan kan het afwerken beginnen.

5 september 2025 – toen de resten houtkit van de balkkop geschuurd waren, bleken er toch nog wat spleten en gaten in te zitten, die alsnog gedicht zijn. Voor de zekerheid is het oude en nieuwe hout geïmpregneerd met anti-houtwormspul en als dat droog is, gaat de Halböl erop.

6 september 2025 – profiterend van het mooie weer, is de uitstekende balkkop in de achtergevel in de Halböl gezet, een soort van grondlaag voor de lijnolieverf, die er als laatste opkomt. De balkkop van de onderste balk is er ook niet best aan toe, die komt ook nog een keer aan de beurt.

8 september 2025 – de balkkop was nog net niet helemaal geverfd, toen het begon te regenen, maar het kon gelukkig wel afgemaakt worden. Bij de renovatie van de achtergevel hebben we een overstek gemaakt, waardoor de balkkop en het vakwerk beschut worden tegen regen. Als het morgen droog is, dan komt de 2e laag ossenbloedrode lijnolieverf erop.

9 september 2025 – er kan wat van de ‘to do’ lijst van de achtergevel afgestreept worden; de bovenste balkkop heeft de 2e laag lijnolieverf gekregen en is af. Dat de balk gerenoveerd is met diverse stukken eikenhout is niet meer te zien.

10 september 2025 – ooit waren we van plan, om vanaf het terras een trap te maken, zodat je de tuin in zou kunnen. Dit idee is later geschrapt, omdat we er geen geschikte plek voor konden vinden. Het idee komt nu weer naar voren, maar dan met een smallere trap, die dus minder ruimte in neemt.

26 oktober 2025 – tussen het snoeien en kastanjezooi opruimen door hebben we ook de inmiddels traditionele foto van de achtergevel gemaakt, omdat die alleen na het snoeien van de knotvlier bijna helemaal op de foto kan. De verschillen met vorig jaar zijn klein en het zal niet meevallen om de verschillen te vinden.

24 juni 2026 – het winterplastic is van het terrasvakwerk af, zodat we ook verder kunnen met dat vakwerk. Er zijn nog de nodige verbindingen, die we dicht willen maken met epoxy. Vorig jaar hebben we de eerste gedaan en dat ziet er nog prima uit en voelt massief aan.

Naar aanleiding van de epoxylekkages van vorig jaar, is de werkwijze aangepast. Als eerste worden er schuine gaten geboord, waar de epoxytrechter in past. Daarna worden de spleten tussen de verticale staanders en horizontale regels dichtgemaakt met houtkit. Hetzelfde doen we bij de vakwerkpennen; die zijn grotendeels verdwenen en worden na de epoxy vernieuwd.

Vandaag kan de houtkit drogen en morgen gaat de eerste epoxy erin.

25 juni 2026 – de komende dagen doen we elke dag wat epoxy in 2 verbindingen van het vakwerk van het terras. Vandaag de eerste 150 milliliter en helaas was de houtkit niet epoxy-dicht. Dit hadden we al half verwacht, omdat de houtkit was gaan barsten door de hitte.

26 juni 2026 – de werkdag begon weer met epoxygieten in het vakwerk van het terras. Er zit weer 150 milliliter in en zo te zien moet er nog het nodige in.

27 juni 2026 – vandaag is er 2 keer epoxy in het vakwerk gegoten, in totaal zo’n 250 ml en er moet nog meer in.

2 juli 2026 – het werk begon met het gieten van 150 ml epoxy in de 2 vakwerkverbindingen. Eindelijk zien we in een paar gaten de bovenkant van de epoxy, wat betekent dat het daar bijna vol is. Misschien morgen de laatste vulsessie en dan de volgende verbindingen.

3 juli 2026 – het epoxygieten in het terrasvakwerk was snel klaar, want de epoxy, die de laatste dagen al bedenkelijk van kwaliteit was, was behoorlijk hard geworden, zonder dat er harder bij zat. Er kwam nog een klein beetje uit en de rest zit er als een klomp in. Het staat nu in heet water, wat in sommige gevallen de epoxy weer vloeibaar maakt.

In het terrasvakwerk zitten ook grotere spleten tussen de liggers en de staanders, tot wel 2 cm. In die brede spleten komt eerst een plakje eikenhout en dan pas epoxy om alles dicht te maken. Als test hebben we een plakje eikenhout in een spleet van 6-7 mm gelijmd met opschuimende PU-lijm. Als dat bevalt, dan gaan we er meer doen.

4 juli 2026 – voor de grotere spleten (de grootste tot nu toe is 2,2 cm) in het vakwerk van het terras, zijn weer wat eiken vulblokjes gemaakt. Elk blokje heeft een andere maat, dus daar gaat wat tijd inzitten. De licht opschuimende PU-lijm dicht (hopelijk) goed af, zodat de epoxy er later niet uitloopt.

 

De fotoserie van de achtergevel staat hier.