ons avontuur

We wilden nog ‘iets geks’ doen in ons leven en dat werd een vakwerkhuis in Kröv, waar we sinds 2008 aan het werk zijn. Het pand bestaat uit 3 delen. Het oudste deel is uit '1600 en nog wat', dan een deel uit 1779 en tenslotte de "nieuwbouw" van ergens tussen 1779 en 1820. Onze werkvolgorde kan vreemd over komen; dit komt omdat we er ook in willen wonen en dus wordt er ook aandacht aan het “wooncomfort” besteed.

Archief

14 oktober 2020 ‘warm werk‘

14 oktober 2020 – de maximum temperatuur ging weer een graadje omlaag en met 6 tot 11 graden buiten, wordt het binnen ook koeler.

Bij de koop destijds was ook een elektrische verwarming in de badkamer inbegrepen. We hebben die een paar jaar geleden een keer aangedaan, maar vanwege de stank bijna meteen weer uitgedaan. Omdat het binnen ook kouder wordt en het ’s ochtends maar net boven de 10 graden is in de badkamer, hebben we de kap van de verwarming afgehaald. De stankoorzaak was meteen duidelijk, de verwarmingsspiralen hadden de afgelopen decennia stof verzameld.

Bij een hernieuwde test begon het weer te stinken, maar omdat de stoppen heel bleven, besloten we de verwarming schoon te maken. Het van de muur afhalen was snel gebeurd en met een borstel en perslucht hebben we de spiralen schoongemaakt. De elektriciteitskabel werd voor de zekerheid ook vervangen en toen kon die weer terug.

De test verliep prima en sindsdien hebben we een soort van vintage badkamerverwarming.

De vakwerkbalken voor boven het keukenraam kregen de eerste laag Oxenblutrot. Ze zijn nu bijna klaar, maar het zal wel volgend jaar worden voor we het vakwerk(je) erop zetten.

Aan de kant waar het dak min of meer aansluit op het bestaande dak steken de planken een klein stukje over de laatste balk heen. Omdat de overstekende uiteinden teveel veren, komt er een plank van ca. 4 cm dik onder. De dakdekkers hadden die planken meegenomen en wij konden ze eerst impregneren en daarna in de Halböl zetten. Verven is niet nodig, want je ziet ze niet en er komt een antracietgrijze afwerkrand op.

De dakdekkers gingen verder met het aftekenen van de patronen waarin de Schiefer op het dak komen. Bij de ‘Giebelgaube’ dakkapellen komen extra planken, omdat we daar de Schiefer min of meer rond willen laten lopen.

De Schiefers worden in schuine banen gelegd, van rechtsonder naar linksboven, waarbij de onderrand en de rand van de achtergevel uiteraard rechts zijn. Een gewone steiger is niet bruikbaar, dus zitten dakdekkers al eeuwen op een plank op een driehoekig frame wat met touwen aan dakhaken hangt en met een soort bezems op de Schiefer ligt. Hiermee wordt de kracht goed verdeeld en blijven de Schiefer heel.

Na het vertrek van de dakdekkers kregen de randen en onderkant van het dak bij de achtergevel de 2e laag Oxenblutrot. In principe is het hiermee klaar, want 2 lagen is genoeg. Voor de zekerheid doen we er waarschijnlijk nog een 3e laag op. Later kunnen we er niet goed meer bij. Tegen een Schiefel gevel kun je geen ladder zetten en je zet ook niet zomaar even een steiger neer.

Leave a Reply