ons avontuur

We wilden nog ‘iets geks’ doen in ons leven en dat werd een vakwerkhuis in Kröv, waar we sinds 2008 aan het werk zijn. Het pand bestaat uit 3 delen. Het oudste deel is uit '1600 en nog wat', dan een deel uit 1779 en tenslotte de "nieuwbouw" van ergens tussen 1779 en 1820. Onze werkvolgorde kan vreemd over komen; dit komt omdat we er ook in willen wonen en dus wordt er ook aandacht aan het “wooncomfort” besteed.

Archief

29 oktober 2021 ‘uitladen en snoeien‘

29 oktober 2021 – het was mooi weer vandaag en de temperatuur kon oplopen richting de 18 graden. Omdat onze benedentuin beschut ligt tussen tuinmuren en het huis, kun je er al snel buiten zitten. Dat kon nu ook, waarschijnlijk voor de laatste keer dit jaar.

Bij aankomst moest eerst “even” de gereedschapsladekast annex werkbank uitgeladen worden. Het totale gewicht is 100+ kilo en gelukkig was het ca. 30 kilo zware werkblad eraf gehaald. Met een paar verhuishondjes en houten balken lukte het en eigenlijk ging het zelfs vrij simpel. Niet veel later stond die in de garage en morgen gaat die via een paar trapjes en andere obstakels naar de werkplaats.

Een jaarlijks terugkerend karweitje is de verhuizing van de tuinbeelden naar de winterstalling om vorstschade te voorkomen. Ze staan nu allemaal binnen, klaar om in het voorjaar weer in de tuin gezet te worden.

Omdat er voor morgen regen voorspeld is, wilden we het mooie weer van vandaag gebruiken om zoveel mogelijk kastanjes en bladeren op te ruimen en om struiken te snoeien. De hazelaar en het “bolletje” (één of andere bes) stonden bovenaan, maar als er tijd is, doen we meer.

Al vrij snel hadden we de nodige speciekuipen en emmers gevuld met groenafval en waren bijna klaar om het af te voeren naar de groenstortplek iets buiten het dorp, toen de buurman met tractor en aanhanger aan kwam. De buren waren met dezelfde gedachte als wij ook bezig in de tuin en omdat er nog plaats op de aanhanger was, namen ze al ons groenafval ook mee.

Het duurde niet heel lang voor de 6 emmers en 3 speciekuipen die net geleegd waren in de aanhanger, weer gevuld waren en dit keer hebben we ze zelf weggebracht. Bij terugkomst was het al aardig schemerig en tot het nagenoeg donker was hebben we gesnoeid en opgeruimd.

Vanwege de voorspelde regen hebben we de emmers en speciekuipen binnen gezet en morgen gaan we verder.

16 oktober 2021 ‘nieuw leemwerk‘

16 oktober 2021 – een weekendopleving van de temperatuur zit er helaas niet in, want het wordt 10 tot 16 graden.

Het was 9 graden in de puntkamer toen we daar aan het werk gingen; gelukkig “warm” genoeg om met leem aan de gang te gaan.

De primer op de 2 testvakken met houtvezelisolatie zou (na ca. 48 uur) droog moeten zijn en dus kan de Oberputz (= middelfijn leemstuc) erop. De eerste poging was geen succes, want het viel er meteen weer af. De oplossing leek te zitten in nattere leem, want nadat we er wat water bijgedaan hadden, hield het wel. We hebben de 2 vakken gedaan en het ziet er meteen weer een stuk beter uit. Nu de 20 andere vakken van de achtergevel nog….

Om de volgende keer verder te kunnen met leemstuc hebben we nog wat vakken en uiteindelijke alle vakken in de primer gezet. Het is een roodachtige primer, die opdroogt als een soort oudroze. Omdat dit op zich niet zo slecht staat, gaan we nadenken of de vakken wit worden, of een kleurtje krijgen.  

De nodige resten PUR-schuim hebben we tussen het vakwerk en de isolatie geperst, zodat er minder leem in hoeft.

Het beplanken begon met de 2 resterende lastige stukjes tussen de balken in. We hebben geprobeerd ze zo goed mogelijk aan te laten sluiten, maar omdat alles krom en scheef is, zijn spleetjes niet te voorkomen. Op 2 plaatsen was de spleet wel erg groot en daar hebben we een stukje van een leemwikkellat in gedaan.

Toen de 2 lastige stukken erop zaten hebben we nog 2 rijen makkelijke planken gedaan, want we wilden perse de planken erop zetten tot aan het tussenvloertje. Iets meer dan de helft zit er nu op.

Het laatste karweitje was het opruimen van de takken- en bladerzooi van de knotvlier. We hadden meer aan de tuin willen doen, maar dat is er nog niet van gekomen.

15 oktober 2021 ‘ontpurren‘

15 oktober 2021 – vandaag zou het met 11 tot 17 graden een graadje warmer worden. Nog steeds niet echt warm, maar dat is geen verrassing in deze tijd van het jaar.

We waren van plan om de tuin verder op te ruimen, maar dat kwam er niet van. De hele dag hebben we in de puntkamer gewerkt.

Bij de dunne spleten tussen isolatie en hout is het lastig inschatten hoeveel PUR-schuim erin kan en de PUR-bobbels die eruit gekomen waren, hebben we afgesneden. Het ziet er nu beter uit, maar we zagen ook dat er op sommige plaatsen geen PUR zat.

Omdat het vakwerkhout verre van recht en haaks is en ook de dikte behoorlijk uiteen loopt, moet de vulling daar op aangepast worden. Om het hout en de vulling (= isolatieplaat) beter op elkaar te laten aansluiten, hebben we waar nodig de kanten van de isolatieplaten afgerond.

Als voorbereiding op de leemstuc hebben we nog een aantal platen in de punt van het vakwerk in de primer gezet. Morgen gaan we de leemstuc proberen.

Het beplanken van het schuine dak lag al een tijdje stil en daarom hebben we er weer een paar rijen planken opgezet. We zijn nu bij het tussenvloertje, waar een paar korte stukken plank tussen de balken van het leemwikkelplafond op maat gemaakt moesten worden. Vanwege de uitsparingen en om dat er stukken in verstek gezaagd moesten worden, kostte het meer tijd dan verwacht.

We kwamen niet verder dan de eerste; morgen de rest.

14 oktober 2021 ‘knotvliersnoeidag‘

14 oktober 2021 – knotvliersnoeidag viel laat dit jaar, maar vandaag was het zover. In een rustige namiddagzon bij een temperatuur van zo’n 16 graden hebben we de knotvliet gesnoeid en meteen een deel van het groenafval weggebracht naar een groeninleverplek iets buiten het dorp. Morgen brengen we de rest weg en gaan we nog wat snoeien (als het droog is).

De werkdag begon met puntkamerwerk. Op de puntkamer hebben we de resten bouwlijm verwijderd, nadat we geconstateerd hadden dat de isolatieplaten gelukkig stevig vastzaten. Op 2 plaatsen ontbrak nog een stukje isolatie en dat hebben we nu gezaagd en erin gelijmd.

Beneden in de werkplaats, waar het net geen 10 graden was, hebben we weer een paar planken schoongemaakt. Het gaat niet echt snel en de volgende keer letten we beter op wat voor soort sloopplanken we kopen.

Op de houtvezelplaten van de achtergevel komt leemstuc, maar die kan er niet zondermeer op. Eerst moet er een laag primer op de houtvezelplaten en als proef hebben we vandaag een paar platen gedaan. Het moet 48 uur drogen voor de eerste laag leem erop kan.

We proberen het gebruik van PUR-schuim zoveel mogelijk te beperken en het liefst zouden we dat spul helemaal niet gebruiken, maar voor het dichten van de gaten en spleten tussen het vakwerkhout en de isolatieplaten van de achtergevel konden we geen andere oplossing bedenken dan PUR.

Behalve aan de puntkamer, hebben we ook nog op het inpandige terras gewerkt aan het herstel van het vakwerk. We hadden een nieuwe soort Lehmoberputz en die hebben we nu voor het eerst gebruikt. Het lijkt wat grover en het is even afwachten tot het droog is, voordat we weten of het bevalt.

13 oktober 2021 ‘een lijmpoging‘

13 oktober 2021 – de komende dagen is er een herfstige temperatuur van tussen de 10 en 5 graden voorspeld. Niet echt warm, maar het hoort bij de tijd van het jaar.

Het vastschroeven van de houtvezel isolatieplaten was geen succes en we gingen kijken naar een andere manier om ze vast(er) te zetten.

Als eerste hebben we het geprobeerd met tackernagels van 64 mm, maar ook dat was geen succes, omdat ze er behoorlijk schuin in moesten. De isolatie was te zacht en het eikenhout te hard.

De laatste optie die we in gedachte hadden, was boren van gaten door de isolatie heen, met een diameter die ongeveer gelijk was aan het spuitstuk van de bouwlijm. Door de gaten heen en aan de zijkanten tussen het hout en de isolatie hebben we bouwlijm gespoten, in de hoop dat het ook achter de platen zou komen.

Deze bouwlijm was op PUR-basis, maar zet minder uit dan PUR-schuim. Het zet wel wat uit en op diverse plaatsen kwamen “lijmworstjes” naar buiten. Het ziet er wel komisch uit en hopelijk kunnen we het makkelijk weghalen als het wat uitgehard is.

Omdat we nog de nodige vierkante meters moeten beplanken hebben we weer planken schoongemaakt en daarna geïmpregneerd.

De staander die de nok ondersteunt aan de kant van de tuin kreeg nog een laagje notenbeits, waardoor het Douglashout qua kleur meer op eikenhout lijkt.

In de toekomstige terraskamer zijn we verder gegaan met de Unterputz en het eerste vak is af. De grove vulling van leemsteenbrokken en leemsteengruis is nog niet droog, dus daar moeten we nog even mee wachten.

12 oktober 2021 ‘gaten vullen‘

12 oktober 2021 – op de heenweg hebben we een tussenstop gemaakt om leemstuc en leemprimer te kopen. De primer is iets nieuws voor ons en de leemstuc is een ander merk en we zijn benieuwd hoe het gaat.

We moesten nog een klein stukje van het schuine dak van de puntkamer isoleren en dat hebben we vandaag afgemaakt. Ook de dampremmende folie zit erop. Nu de planken nog en het is af.

De vakwerkvulling van de terraskamer is ook hard aan een opknapbeurt toe. We hebben de grootste gaten gedicht met een grove leemvulling van leemsteenresten en -gruis en als dat droog is (wat in deze tijd van het jaar wel even kan duren) kan de Unterputz erop.

9 oktober 2021 ‘tussenvloertje af‘

9 oktober 2021 – met 10 tot 18 graden is het ongeveer net zo warm als gisteren, maar er is wel meer wind voorspeld.

In de onderste tree van de steektrap zat een grote vuilverzamelende spleet en die hebben we gedicht door er stukjes en splinters hout in te lijmen. Hiervoor hebben we hetzelfde hout als de tree gebruikt en als de lijm kleurloos opgedroogd is, zie je er (hopelijk) niets meer van.

De resterende treden zijn in de Tungolie gezet en de plaatsen waar door het zagen “nieuw” hout te zien was, zijn verdonkerd met Wengébeits. De trap is zo goed als af, op de leuning en de definitieve bevestiging aan de bovenkant na. Voorlopig staat de trap ook nog even los, zodat de vloer er t.z.t. onder kan.

Bij het tussenvloertje op de puntkamer ontbraken nog wat stukken tussen de dakbalken en bij de Dachständer (= elektriciteitsaansluiting die hier via het dak binnenkomt). Die hebben we gezaagd en vastgezet en hiermee is het tussenvloertje is af! We kunnen weer wat afstrepen van de bijna eindeloze ‘to-do’ lijst.

De oppervlakte is ca. 2,85m bij 1,85m, met een stahoogte van 0 tot ca. 1,40m. Het oorspronkelijke doel van het vloertje was om goed bij de Dachständer en het kastje met de hoofdzekeringen te kunnen (iets wat wettelijk verplicht is) en de Dachständer en het zekeringenkastje te verbergen.

Naast de bereikbaarheidsfunctie kunnen we er wat spullen neerzetten en als we t.z.t. de elektra in de puntkamer gaan aanleggen, dan komt er ook een lamp en stopcontact op het tussenvloertje.

De eerste versie van het vloertje was meer dan dubbel zo groot en zat boven de hele puntkamer. Om het oude vakwerk van de achtergevel beter te kunnen zien, hebben we een deel van de balken weggehaald en het vloertje kleiner gemaakt.

Aan de rand van het leemwikkelplafond kon je nog door de latjes heen kijken. T.z.t. wordt dit dichtgemaakt als we de wand tussen vide en puntkamer gaan maken. Tot die tijd doet het afbreuk aan het geheel en daarom hebben we er jute, folie en een stook OSB opgelegd. Dit is t.z.t. meteen een stevige ondergrond voor de leemstenenwand.

’s Middag kregen we bezoek en het weer was nog net goed genoeg om in de tuin te zitten.

De rest van de werkdag werd gevuld met het isoleren van het dak van de puntkamer. Het gedeelte boven het tussenvloertje is nu af en de rest bijna. Om hier verder te kunnen moesten we de ladder verplaatsen, want die stond in de weg.

We moeten ook nog nadenken over de manier waarop we op het tussenvloertje kunnen komen als de puntkamer daadwerkelijk een slaapkamer is. Een lange aluminium ladder is dan geen optie.

8 oktober 2021 ‘doodlopende wandeling‘

8 oktober 2021 – de temperatuurvoorspelling van 10 tot 19 gaf aan dat het nog steeds herfst is.

De steektrap is qua bouw aardig af, maar we willen het uiterlijk nog wat verfraaien. Daar waar aan het oude hout is gezaagd en gefreesd zie je “nieuw” modern hout en dat hebben we donkerder gemaakt met Tungolie en Wengébeits.

Op het tussenvloertje in de puntkamer zijn we verder gegaan met het OSB-platen. De grote platen zijn op maat gezaagd en vastgeschroefd en morgen komen de kleine stukjes.

’s Middags kwam de zon goed door en werd het prima wandelweer. Het idee was om bij Kinheim de brug over te gaan en in Kindel te gaan kijken (waar we nooit echt rondgelopen hebben) en vervolgens aan de overkant via Wolf weer terug te lopen naar Kröv.

Via een wat hoger gelegen weg liepen we naar Kinheim, om daarna via de gebruikelijke weg het dorp in te lopen. We zaten inmiddels al aardig hoog, waardoor we een goed uitzicht hadden op de pompoenverkoper.

We vragen ons af, of ze dagelijks alle pompoenen neerleggen en ‘s avonds weghalen.

Uiteraard hebben we HET huis aan de ‘Am Ehrenmal’ weer bekeken. Zolang als wij hier komen is het onbewoond en gaat het steeds meer richting een ruïne, die uiteindelijk gesloopt zal worden.

Heel jammer, want het is een mooi oud pand met een prachtig uitzicht. Een droom van een ‘Bouwval-gezocht-project’ voor een overfanatieke klusser.

Kindel is het Ortsteil van Kinheim-Kindel wat aan de overkant van de Mosel ligt. Hoewel dit deel al in 1069 als Kennelle (= klein Kinheim) in een acte wordt vermeld, wat eerder is dan Kinheim zelf (wat pas in 1161 in een acte wordt vermeld), is er van die ouderdom eigenlijk niets terug te vinden.

Daar waar Kinheim oud smalle autoloze straatjes met dicht op elkaar staande vakwerkhuizen van honderden jaren oud heeft, zijn de straten in Kindel breed genoeg voor 2 auto’s en zijn de huizen modern en bijna allemaal vrijstaand.

We liepen over de brug naar Kindel, waar we een rondje door het dorp liepen. Dit is niet echt ons idee van een leuk dorp, want we zagen geen enkel -in onze ogen- mooi huis. Wel liepen we door straten waar we nog nooit geweest waren en zo kwam we ook bij het Wassertretbecken aan het eind van de Schiffergasse.

Er stond water in, maar de temperatuur weerhield ons ervan om er doorheen te lopen; dit is meer iets voor de zomer.

Het meest bijzondere van Kindel is een beeld uit de Romeinse tijd wat er is gevonden bij de ruïne van een oude villa. Het is Sucellus, die o.a. als beschermer van de Winzer (wijnboeren) werd beschouwd. Dit beeld uit de 3e eeuw is een van de oudste aanwijzingen, dat er al meer dan 1.500 jaar wijnbouw is langs dit deel van de Mosel.

Het volgende traject ging naar Wolf. Voorheen een zelfstandig dorp, maar sinds 1969 een Ortsteil van Traben-Trarbach. Er zijn verschillende wegen: boven over de heuvel, onder langs de Mosel en misschien nog wel een derde weg halverwege de heuvel.

Dat laatste gingen we proberen, door aan de heuvelkant langs de waterzuivering (althans, dat denken we dat dit is, maar we kunnen het nergens vinden) te lopen.

Aanvankelijk ging het goed, al hadden we het idee dat het pad nauwelijks gebruikt werd. Helaas werd het pad steeds onbegaanbaarder en moesten we door een bramenbos heen. Vlak daarna eindigde het pad en moesten we omkeren en terug.

Het pad langs de Mosel hebben we vaker gelopen en vanwege de autoloosheid en de vlakheid is het pad ook erg in trek bij fietsers. Aan de heuvelkant staan verwilderde druivenstruiken tussen de bomen, die duiden op verlaten wijnbergen.

Zowel dichtbij als veraf is er altijd wel wat te zien als je goed kijkt. Vlakbij het pad zat een Admiraalvlinder op een struik en in de verte, hoog boven het water, steekt de meer dan 1.000 jaar oude kloosterruïne boven de bomen uit.

Daar waar de oeverbegroeiing niet te hoog is, kun je de overkant zien. Het blijft een apart gezicht om Kröv van deze kant af te zien, zeker met de wijnbergen op de achtergrond.

We bleven dit keer niet de weg langs het water volgen richting Wolf, maar gingen eerder rechtsaf. We kwamen via een voor ons onbekende weg Wolf binnen en zagen ook huizen die we niet eerder gezien denken te hebben. 

Ook dit grote pand (jammer van de dakramen) hadden we nog niet eerder gezien. Het gat in het dak van een schuur vlakbij de oude brug over de Mosel hadden we wel eerder gezien, maar nog nooit gefotografeerd. 

Op de brug zagen we dat de weg naar Rißbach (deel van Traben-Trarbach) af is. Helaas zonder voetpad. Het laatste stuk naar Kröv hebben we al vaak gelopen. Het uitzicht is mooi, het verkeer niet.

Toch had de laatste etappe nog wat nieuws, want bij de Eichhausquelle (Ijkhuisbron) hing een informatiebord. De zandsteenboog achter de bron was het enige overblijfsel van het in 1873 gebouwde Eichhaus (Ijkhuis), wat tijdens de ruilverkaveling in 1970 gesloopt is. Hier woonde de Eichmeister (Ijkmeester) van Kröv, die zich met name bezighield met het ijken van eiken wijnvaten.

In 1567 introduceerde Keurvorst Jacob III van Eltz de ijkmaten in deze Moselregio. Voor wijn werd dit de Ohm (= 160 liter) en later kwamen hier de (Mosel)Fuder (= 6 Ohm oftewel 960 liter) en de Zulast (= 3 Ohm, 1/2 Fuder, 480 liter) bij. Omdat de Fuder lokaal varieerde tussen de 800 en 1.800 liter, wat niet erg handig is, heeft men een paar eeuwen later bepaald dat een Fuder 1.000 liter is. 

Wil je alleen de foto’s bekijken; de fotoserie staat hier.

7 oktober 2021 ‘steigertrapleuning‘

7 oktober 2021 – hoewel het niet regende, was het met 11 tot 18 graden toch een wat sombere herfstdag. Overal in huis gaan de temperaturen omlaag, 16 graden in de woonkamer, 15 in de gang, 14 in de voormalige koeienstal en 12 in de werkplaats. Boven, in de puntkamer onder het dak, loopt de temperatuur sterk uiteen onder het nog ongeïsoleerde deel van het dak. Als de zon er even op staat is het meteen aangenaam warm.

Bij het zagen en frezen was de steektrap behoorlijk stoffig geworden en voor het impregneren hebben we alles met lucht schoon geblazen. Waar nodig hebben we de beschadigingen bijgewerkt met notenbeits. Een paar lichte treden hebben we verdonkerd met Tungolie.

De steektrap was een soort van impulsief project zonder veel voorbereiding. Zo liep er nog een onhandige steigerbuis boven de trap. We hebben de steiger nu verbouwd en meteen een steigerbuistrapleuning gemaakt. Zo krijgen we meteen een idee hoe de toekomstige echte leuning er uit moet zien.

In de puntkamer zijn we verder gegaan met het isoleren, dit keer boven het tussenvloertje. De houtvezelplaten zaten er al op en nu komen er 2 lagen steenwol van 8 cm op. Dit wordt voor de zekerheid afgedekt met een dampremmende folie en dan komen de planken erop..

In het kader van de versnelde veroudering kreeg een Douglashout staander z’n tweede en laatste laag notenbeits. De kleur lijkt nu aardig op oud eiken waardoor het prima in het geheel past.

25 september 2021 ‘de Buxushoutoogst‘

25 september 2021 –  de weergoden doen er vandaag weer een graadje bij en het zou 20 tot 26 graden kunnen worden.

Aan de achterzijde aan de tuinkant komt een inpandig terras, met daarnaast een kamer(tje); de terraskamer, met een deur naar woonkamer2 en naar het terras. Net als bij het terras, is ook hier de vakwerkwand aan de kamer hard aan renovatie toe.

Vandaag hebben we een begin gemaakt door de grootste gaten in het leem te vullen met leemsteengruis en leemsteenafval. Het zal wel even duren voordat het droog is en dan kunnen we verder met de leemstuc.

Boven in de puntkamer werd er verder gewerkt aan het isoleren van de achtergevel. Tussen de balken in komt houtvezelisolatieplaat van 8 cm. Dikker gaat niet, want dan steekt het uit. De isolatieplaten worden zo goed mogelijk op maat gezaagd en dan op de planken gelijmd.

Een tussendoorkarweitje was het uitgraven van een oude Buxus struik, die de aanvallen van de gelijknamige motten een paar jaar geleden helaas niet had overleefd. We wilden kijken of er nog een stukje bruikbaar hout uit de stam te halen was.

Buxus hout is enorm duur, de prijs kan makkelijk oplopen tot boven de EUR 65.000 per kubieke meter, oftewel zo’n EUR 20 per kilo. Een kubieke meter haalden we bij lange na niet, maar er kwam wel een stukje bruikbaar hout uit.

Vanwege de voorschriften van het Bauamt, hebben we de oude dakconstructie grotendeels vervangen door een nieuwe, waarbij het oude eikenhout noodgedwongen plaats heeft moeten maken voor nieuw Douglashout. Om het een meer passend uiterlijk te geven, gaan we het Douglashout wat in het zicht blijft ‘verdonkeren’ met beits. 

Het isoleren van het dakkapelloze dakdeel van de puntkamer schiet ook aardig op. We zijn bijna bovenaan met de 2 lagen steenwol van 8 cm, met daar overheen de dampremmende folie.

De rest van de werktijd ging op aan het leggen van de OSB-platen op het tussenvloertje van de puntkamer. Zoals op veel plaatsen, was het ook hier niet helemaal haaks, zodat er scheve stroken van de platen afgezaagd moesten worden.

Vanaf het tussenvloertje tot de nok ontbreekt de wand tussen de vide en de puntkamer. Voor zover wij kunnen nagaan heeft daar nooit een afdichting gezeten, waarschijnlijk omdat die ruimte bovenin niet gebruikt werd. Dit dichtmaken staat op de ‘to do’ lijst, maar tot het zover is, heb je vanaf het tussenvloertjes nog een mooi uitzicht op de oude zolder met de originele dakconstructie.